De of het? - die of dat? - dit of deze?

Ik weet vaak niet welk lidwoord of aanwijswoord ik moet gebruiken bij woorden wanneer ik met iemand praat of schrijf. Dit hoor ik eigenlijk al te weten, maar ik maak toch vaak fouten. Soms zeg/schrijf ik ook een verkeerd lidwoord of aanwijswoord, dan vind ik wat ik zeg/schrijf wel beter klinken, maar is het wel fout. Ik heb er elke dag last van en ik word er onzeker van bij gesprekken enz. Kan iemand me helpen met een site of ezelsbruggetje enz. Bij voorbaat dank. Groetjes EC

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

De Het Hier Deze Dit Daar Die Dat De man hier , Deze man hier De man daar, Die man daar Het meisje hier, Dit meisje hier Het meisje daar, Dat meisje daar Toegevoegd na 1 minuut: Damn spaties werken niet "De" moet moven Deze/Die staan Het boven Dit/Dat Toegevoegd na 3 minuten: Nog een ezelsbruggetje Dxxx (De Deze Die) xxxT (heT,diT,daT)

Voor onzijdige zelfstandige naamwoorden (dat zijn zaken met "het" als lidwoord of verkleinwoorden zoals "het boek", "het meisje", "het weer") is het: Dit boek hier, dat boek daar. Voor niet-onzijdige, oftewel mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden (dat zijn zaken met "de" als lidwoord, zoals "de fiets", "de vrouw", "de wolken") is het: Deze fiets hier, die fiets daar. Je hoort/ziet tegenwoordig vaak mensen (vooral kinderen en jongeren) zinnen zeggen/schrijven als "Deze liedje is vet!". Maar aangezien "liedje" een onzijdig woord is ("het liedje") moet dat dus zijn "Dit liedje is vet!". "dit/deze" verwijzen naar iets in de buurt, "dat/die" verwijst naar iets verder weg. Dit is niet strak afgebakend, zeker niet bij niet-tastbare zaken; zo had ik deze zin ook met "dat" kunnen beginnen in plaats van met "dit".

Je hebt wel een beetje pech met die Nederlandse taal. Er zijn geen hele duidelijke regels voor wanneer een woord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig is. Ik heb wel een website gevonden waar aanwijzingen worden gegeven over welk lidwoord je zou moeten gebruiken. Zie http://www.onzetaal.nl/advies/lidwoord.php, onderaan de pagina bij: enkele vuistregels over de vorm- en betekeniscategorieën van de-woorden en van het-woorden. Maar dan is het nog een hele studie voordat je deze aanwijzingen toe kunt passen. Ik heb geen kant en klare lijsten gevonden, maar het staat natuurlijk ook in het woordenboek of er de of een voor een word moet staan! Zie http://www.vandale.nl/vandale/opzoeken/woordenboek/

Bronnen:
http://www.onzetaal.nl/advies/lidwoord.php
http://www.vandale.nl/vandale/opzoeken/woo...

Als je onzeker bent of het een de- of het-woord is, kan je het gemakkelijkste het woord verkleinen (je of tje erachter zetten) want dan is het altijd een het-woord. Dus: het boodschapje, het jongetje, het autootje, het etentje. En meervoud is altijd de: de meisjes, de autootjes, de uren, de huizen.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100