Hoe kondig je een afkorting aan in een tekst?

Dus bijvoorbeeld als je niet iedere keer Kamer van koophandel wilt noemen, maar kvk, hoe vermeld je dat?

kvk is een voorbeeld.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

De Kamer van Koophandel (KvK) zal.... In de volgende zin kan je dan gewoon KvK schrijven.

Dan vermeld je eerst de volledige naam met daarachter tussen haakjes de afkorting die je in het vervolg van de tekst gaat gebruiken. In het geval van jouw voorbeeld gaat dat dan als volgt: Kamer van Koophandel (KvK) blablabla. Dus de KvK heeft zus en zo.

Kamer van Koophandel verde te vernomen als KvK

dames en heren, hier komt de afkorting van kamer van koophandel: kvk ( zo doe ik het altijd als ik een melig stuk schrijf;P)

Door telkens de eerste keer dat je een afkorting gebruikt deze voluit te schrijven waarvan de afkorting in Hoofdletters met tussen haakjes de afkoring zelf, daarna kan je dan steeds de afkorting gebruiken. Bijvoorbeeld: Gisteren ging ik naar de Kamer Van Koophanden (KVK)....... .............. De KVK adviseerde mij.......

Het hangt ervan af of het een eigennaam betreft of een normaal, gangbaar woord. Het is per geval verschillend. Aanwijzingen kun je vinden in het boek Schrijfwijzer van Renkema.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100