Wie kan me helpen aan de tekst van het gedicht Panopticum van Han G. Hoekstra?

Weet jij het antwoord?

/2500

Ik weet niet zeker of je deze bedoeld maar hier komt het: De ceder Ik heb een ceder in mijn tuin geplant, gij kunt het zien, gij schijnt het niet te willen. Een binnenplaats meesmuilt ge, sintels, schillen, en schimmel die een blinde muur aanrandt, er is geen boom, alleen een grauwe wand. Hij is er, zeg ik en mijn stem gaat trillen, Ik heb een ceder in mijn tuin geplant, gij kunt hem zien, gij schijnt het niet te willen. Ik wijs naar buiten, waar zijn ranke, prille stam in het herfstlicht staat, onaangerand, niet te benaderen voor noodlots grillen, geen macht ter wereld kan het droombeeld drillen. Ik heb een ceder in mijn tuin geplant.

Panopticum is, voor zover ik weet, een bundel met meerdere gedichten. Het gedicht "De Ceder" vind je in de eerste Bron hieronder. Het eigenlijke gedicht Panopticum heb ik gevonden op de tweede Bron. Ik heb het hieronder gekopieerd: Dwalen door kamers, gangen en portalen, De wezens vinden die men is geweest, Schooljongen, ambtenaar, vrek, dief, bruut, beest, Engel, dwaas, nietsnut, halfgod. Duizend malen In een andere gestalte leeft de geest. Hier drinkt mijn drinkeboer uit zijn bokalen, Daar mint mijn minnaar; door de kamers dwalen, Maar door die eene kamer toch het meest. Is het al lente? Tuindeuren staan open, In 't raamkozijn passer en gradenboog. Scheef staat de stoel. Is het net weggeloopen? Ik zoek, en in de hoekkast zit het dan, En spotlacht met een onderzoekend oog. Kiekeboe, zegt het kind tegen den man.

Bronnen:
http://klassiekegedichten.net/archief/klas021.html
http://www.trouw.nl/krantenarchief/1992/11...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100