Waarom is bij grammatica de persoonsvorm nooit een 'persoon' maar een werkwoord?

Ik vind het heel verwarrend want het onderwerp is vaak een persoon....

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Koninginnesoep is ook geen koningin, maar soep. Bloemenvaas zijn ook geen bloemen, maar een vaas Autoband is ook geen auto maar een band Buschauffeur is ook geen bus maar een chauffeur Kaasboer is ook geen kaas, maar eerder 'boer' Oftewel: het begrip persoonsvorm zégt iets over de 'persoon' maar het IS vooral een vorm. Het is een vorm van een werkwoord. Het onderwerp is inderdaad vaak een persoon of ding; dat heb je goed. De persoonsVORM is iets dat iets zegt óver die persoon, het is de vorm van het werkwoord dat daarbij genoemd wordt. Jan fietst naar huis. Jan is de persoon; het onderwerp. fietst is de persoonsvórm. Die vorm is altijd in het enkelvoud als ht onderwerp in het enkelvoud is. Daarom is het Jan fietst; en niet Jan fietsen. Want Jan is er 1. Daarom is de werkwoordsvorm van die persoon: fietst. Jan en ik fietsen in de regen. Dan zijn we samen, en is de vorm van het werkwoord óók niet in het enkelvoud maar meervoud. Dat is dan ineens "fietsen" geworden, omdat Jan niet meer alleen is. Die vorm is ook kneedbaar. Behalve dat ie in enkelvoud of meervoud kan zijn, kan die zelfs ook nog in de tegenwoordige tijd zijn, maar ook in de verledentijd. Jan fietste gisteren naar het strand. Jan en alleman fietsten gisteren allemaal. Oftewel die VORM heet vooral vorm omdat ie zo kneedbaar is en vervormbaar is. Ik vind je vraag wel grappig, want ik had 'm jaren geleden zelf ook. Snapte er niks van. Heb 't destijds daarom maar stomweg uit m'n hoofdgeleerd, ook al vond ik het enorm verwarrend, dat woord 'persoon' in dat begrip. Ik weet zeker dat ik op de lagere school een paar keer het onderwerp opgenoemd zal hebben toen de meester mij om de persoonsvorm vroeg. Hij had gewoon om het werkwoord moeten vragen! De persoonsvorm kan ook een hulpwerkwoord zijn. Misschien werkt een ezelsbruggetje? onthou dan maar dat 't om de VORM gaat, het is iets verVORMbaars. oftewel, iets wat 'werkt' dus: een WERKWOORD. en dan wel: het werkwoord dat bij het onderwerp van die zin hoort. wikipedia zegt er ook wat over, maar dat is misschien wat ingewikkeld: "De persoonsvorm (verbum finitum) is in de redekundige ontleding een vorm van het werkwoord die in persoon en getal (enkelvoud vs meervoud) met het onderwerp overeenstemt en in een andere tijd kan worden overgebracht." bron daarvan: http://nl.wikipedia.org/wiki/Persoonsvorm

Nou, als je de zin hebt: 'zij gaat naar de winkel'. dan is zij het onderwerp en gaat naar de winkel. Gaat vertelt over 'zij' dat het 1 persoon is, een meisje. Als het nou 'gaan' was, dan wist je dat het om 2 of meer personen ging. De persoonsvorm geeft aan over wie het onderwerp is of de hoeveelheid. Anders kan ik het niet formuleren xd Toegevoegd na 1 minuut: Herstel: "dan is zij het onderwerp en gaat naar de winkel" moet zijn: dan is 'zij' het onderwerp en 'gaat' de persoonsvorm.

De persoonsvorm zegt iets over hoe het werkwoord vervoegd is. Bij verschillende "personen zoals :ik, jij wij, wordt het werkwoord anders vervoegd. Het werkwoord heeft de vorm die bij de persoon hoort. Misschien onthoud je dat makkelijker

De persoonsvorm is het werkwoord dat zich VORMT naar de PERSOON of PERSONEN bij wie het hoort en die het onderwerp in de zin zijn. Dat is een ezelsbruggetje. Persoon of personen niet té letterlijk nemen want het kunnen ook zaken zijn. ev/mv. Jan kwam uit school gefietst (kwam) Jan en Kees kwamen uit school gefietst (kwamen) De winkel is afgebrand (is) De winkels zijn afgebrand (zijn)

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100