Als je 'oliedom' bent, word je volgens onze taal geacht 'n èchte dommerd te zijn! Waar ligt de relatie met olie....?

Weet jij het antwoord?

/2500

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Van Dale Etymologisch woordenboek oliedom [uiterst dom] {1787-1789} wil mogelijk zeggen ‘traag als olie’, vgl. in België dom zijn van de hitte en het ww. dommelen. P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager oliedom Voor de wonderlijke combinatie van olie en dom in het woord oliedom voor: aartsdom heeft men allerlei verklaringen gezocht. Sommigen zeggen: zo traag als dikke olie die uit een fles loopt. Anderen denken aan een verbastering van uildom of van olifantsdom. Waarschijnlijker is de gissing dat oliedom is ontstaan uit een niet meer begrepen olijk dom. Olijk, nog wel bekend in de betekenis van schalks, duidde vroeger het begrip: slecht in zijn soort, aan. Teun de Jager uit de Camera zegt: ik zal me olijk houden, dat wil zeggen, van de domme. En op een vraag van Gerrit Witse naar de toestand van een patiënt is het antwoord: olik, dokter, olik. Ook als bijwoord van graad komt olijk voor. Men zeide vroeger: iemand olijk beet hebben voor: iemand flink voor de gek houden. Uit olijk dom: erg dom, zou dan oliedom ontstaan zijn.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100