Kent iemand de tekst van het versje van Jan Hein die naar de tandarts gaat met z'n tante?

De tekst gaat ongeveer zo:
.... de tante van Jan Hein
We gaan naar de tandarts toe is dat niet even fijn?
Dan doet de boor van brrbrr

Wat ik dan weet is dat ze Jan Hein kwijt waren bij de tandarts. Tante en de tandarts gingen naar hem op zoek en toen zat hij -volgens mij- op de kast.

Ik ben wel eens op zoek geweest naar het versje, want ik kon het als klein kind helemaal uit mn hoofd opzeggen.

Weet jij het antwoord?

/2500

Naar de tandarts Nu heb ik een verrassing, zei de tante van Jan Hein, we gaan gezellig naar de tandarts, Is dat even fijn? De tandarts moet dat kleine gaatje in jouw kiesje vullen. Nou? Vind je dat niet enig? Maar Jan Hein begon te brullen! En tante moest hem bij zijn oren naar de tandarts sleuren. Hij jammerde van BOE! en WOE! maar ja, het moest gebeuren. De tandarts zei: Kom jongetje, ik schiet je toch niet dood..... Je doet net of je drie bent, en je bent toch al zo groot. Er zijn hier toch geen tijgers en geen beren en geen leeuwen! Maar och, Jan Hein bleef gillen, krijsen, jammeren en schreeuwen. Eerst schreef de tandarts, keurig net, Jan Hein zijn naam in het boek, Maar toen hij op keek van dat boek..... Toen was Jan Heintje zoek. Ze zochten onder het tapijt en achter het bureau, ze keken in de boekenkast en in de radio, En in de la met tangetjes..... waar was nou toch die jongen? En tante zei: Misschien is hij wel uit het raam gesprongen! Toen hoorde ze ineens: HATSJIE! En kijk, daat zat Jan Hein, daar zat hij boven op de kast, Heel zielig en klein. Nu was er niets meer aan te doen, nu moest hij op de stoel: De boor die ging van zzzzzt en rrrrt. Toen zei de tandarts: spoel. Je bent een grote jongen hoor! Jazeker, zei Jan Hein, ik ben een grote jongen en het deed helemaal geen pijn!!! Uit: Annie M.G. Schmidt, Het fluitketeltje en andere versjes.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100