Hoe is adel ontstaan?

Wat ik me afvraag hoe iemand (in de oude geschiedenis) koning(in) werd. Ik heb het niet over het kronen of erven van de titel/het ambt, maar hoe er dus een aantal mensen waren die de macht kregen en niet meer (zomaar) konden worden afgezet.

Weet jij het antwoord?

/2500

De feodale adel is ontstaan uit leenmannen en ministerialen. Toen de zware harnassen en kostbare stalen wapens hun intrede deden, ontwikkelde zich een feodaal stelsel waarin de edelen, in ruil voor wederzijdse steun een leengoed voor een hoger en machtiger edele beheerden. Deze edelen en vazallen waren op hun beurt steun verschuldigd aan nog hoger geplaatste adel. Zo ontstond een trap met steeds meer treden. In eerste instantie waren er baronnen, graven, hertogen, prinsen en zo meer van streek tot streek verschillende titels. De laatsten waren ambtenaren van de keizers die hun positie erfelijk hadden weten te maken. De titel van hertog (legerleider), graaf, markgraaf of markies (bestuurder van een grensgebied) en vorst waren in de vroege middeleeuwen geen erfelijke, maar vooral bestuurlijke aanduidingen. In de 12e eeuw werd de adel een werkelijk gesloten kaste. De edelen bewaakten hun aanzien en hun voorrechten. Zij lieten geen burgers toe op hun toernooien en monopoliseerden alle hogere functies in het leger en in het bestuur. Pogingen om ook de kerk in hun macht te brengen, mislukten omdat zij geen monopolie op kennis bezaten. Desondanks waren veel posities als abt, abdis of bisschop voor de jongere, niet-ervende zonen en de dochters van edelen gereserveerd. Er ontstonden ook kloosters die alleen door adellijke nonnen werden bewoond. Zo ontstond het begrip "stiftsadel" voor edellieden met 16 kwartieren oude adel.

Mensen hebben een leider nodig, en daarvoor kiezen ze de handigste, slimste en sterkste persoon uit hun ‘groep’. Dat werd, lang geleden, de ‘cyning’, het boegbeeld van die groep, stam, volk (denk aan het moderne woord ‘kunne’, familie) En vroeger was men ervan overtuigd dat deugden in ‘het bloed’ zaten. In de genen, zouden wij zeggen. Dus een kind van de leider was zijn logische opvolger. En omdat de leider vaak de ‘beste’ vrouw kon scoren, het meeste voedsel kreeg en de beste zorg voor hem en zijn gezin, kwam dat vaak ook zo uit. Dat idee is in de loop der eeuwen ‘versteend’, nog eens versterkt door het (vaak) godsdienstige sausje: de koning en zijn familie (zijn bloedlijn) zijn gezegend door god. Dat kwam iedereen goed uit, want je wil niet bij iedere troonsopvolging een burgeroorlog hebben over wie de volgende koning moet wezen. Vaak was het al lastig genoeg om de verschillende zonen van de koning uit elkaars haren te houden (De Arabieren maakten daar bijna een sport van, temeer omdat een koning tientallen kinderen kon kweken in zijn harem. Moord en doodslag, en de verschillende moeders van die zonen deden vrolijk mee.) Vandaar ook dat bij ons ergens rond het jaar 0 het erfrecht van de oudste werd ingesteld. De adel was het handjevol tweede-keus strijders. De belangrijkste helpers van de koning. En die volgden hetzelfde traject: goede vader=goede zoon.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100