Welk dialect word er in Maastricht precies gesproken?

Dankjewel voor je antwoord! Ik heb nog een vraag..:P kunt/kan je(u) mij uitleggen welk dialect er in Maastricht word gesproken?

Weet jij het antwoord?

/2500

Limburgs. .

Men beschouwt alle dialecten binnen het Limburgs als 'Limburgs'. In Mestreech wordt Centraal-Limburgs gesproken. De meeste Limburgse dialecten kunnen door eenzelfde lettergreep op twee aparte manieren uit te spreken, betekenisverschillen aangeven. Dat verschijnsel komt in Limburg voor onder de lijn Meijel-Well. Als men 'bein' langgerekt uitspreekt, weten Limburgers dat het over één been gaat. Als men het woord kort en krachtig uitspreekt (zoals in het Nederlands), weten Limburgers dat het over de meervoudsvorm, dus meerdere benen, gaat. Om deze reden noemt men het Limburgs een toontaal. Toontalen komen niet veel voor in Europa.

Bronnen:
http://www.limburgsedialecten.nl/

Volgens Van Ginnekens Handboek der Nederlandsche Taal uit 1913 valt Maastricht onder de Limburgs-Frankische taal en wel het Zuid-Limburgs. Het is gelegen ten oosten van de mich-dich-ich-auch-lijn en de Panningerzijlinie (sch=sj), maar ten westen van de Panningerlinie (st=sjt, sl=sjl enz.). Dat betekent dat de klankverandering van de Panningerlinie dus niet voorkomt in Maastricht. Hoogstwaarschijnlijk is het limburgs-Frankisch de rechtstreekse afstammeling van de taal van de Ripuarische Franken, in 451 voor het eerst genoemd, die woonden bij Keulen aan beide zijden van de Nederrijn en verder tot aan de Maasovers in de Oppermaasgouw en de Haspengouw. Dat in deze gouwen ook een sterke oer-Europese inslag aanwezig is, blijkt uit allerlei gegevens. Van Ginneken schrijft in 1913 dat met name Zuid- en Oost-Limburgers het Nederlands als een bijna heel nieuwe taal moeten aanleren: 'Ook hoog beschaafde mannen, met name Maastrichtenaars, blijven dikwijls, ook al leven ze sinds jaren in beschaafd-Hollandse omgeving, de algemeene Nederlandsche taal zeer houterig en gemaakt hanteeren.' Hij stelt als eigenaardigheden dat het Limburgs-Frankisch een eigenaardig muzikaal accent van sommige silben heeft. Hij noemt met name het Maastrichts en het Tongers dat onderzocht is. Daarnaast is er de anticiperende assimilatie waar de overige Nederlandse dialecten perserverende assimilatie vertonen (NL/Maastrichts: ik doopt/ döibde, ik praatte/proadde, hij stofde/stovde). De grenzen van beide verschijnselen zijn in 1913 niet met voldoende zekerheid bekend om er verdere uitspraken over te doen. Van Ginneken geeft overigens twee soorten Maastrichts weer: ik heb= ich hub/ich héèb. In het Roermonds wordt dit ich höb, Vaals&Akens: ich han, Venloos: ik heb.

Bronnen:
Dr. Jac. van Ginneken, Handboek der...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100