Hij, je, op, hoe kan ik die woorden zo min mogelijk gebruiken, maar toch een goede zinsbouw hebben?

Ik wil die woorden dus gaan verminderen, maar als ik dat nu doe dan krijg ik rare debiele zinnen. Hoe zou ik dat kunnen verbeteren?

Alvast bedankt :D

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Als je een verhaal aan het schrijven bent, kun je eens proberen om het vertelperspectief aan te passen. Als je een 'alwetende verteller' hebt, ben je inderdaad vaak aan het beschrijven wat 'hij' doet en wat hij tegen 'je' zegt. Misschien kun je eens proberen hoe je verhaal wordt als je het vanuit het 'ik'-perspectief vertelt. Je zult merken dat er dan hele stukken zijn die je niet kunt vertellen (omdat 'ik' ze niet ziet), maar daar wordt je verhaal misschien juist wel spannender van. Of meng de perspectieven: doe een deel in de 'ik' vorm en een deel in de 'alwetende verteller'-vorm.

Wat precies je bedoeling is snap ik niet. Maar ik zal iets proberen met een voorbeeld: - Hij duwt je op de bank. Hoe kan je dat anders vermelden: - De man/jongen dwingt jouw persoontje de bank te gaan bezetelen. Het worden wel langere zinnen, maar in principe is het altijd wel mogelijk andere bewoordingen te gebruiken om eenzelfde mededeling te doen.

Hij woord "hij" kun je gemakkelijk vervangen door een ander woord, zoals: de man, mijn vriend, buurman, Kees (een voornaam dus) enz. "Je" is wat lastiger, en dat wordt op verschillende manieren gebruikt; als persoonlijk voornaamwoord, maar ook als bezittelijk vnw en wederkerig vnw. Van je fiets kun je jouw fiets maken. Maar vaker "je"in een zin valt niet zo op. En "op", gebruik je dat nou zo vaak dan? Soms kun je het omschrijven; Hij is op cursus= Kees doet een cursus.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100