hoe weet je lichaam wat voor medicijn je slikt en waar het voor dient en waar het naar toe moet?

ik slik symmetrel en natriumvalpr. voor autisme

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Dat weet je lichaam niet. Je slikt het medicijn, waarna de meeste medicijnen via de bloedbaan vrijwel het hele lichaam bereiken. De stoffen uit het medicijn zijn zodanig gemaakt dat ze, voor zover dat mogelijk is, alleen een effect hebben op de plek waar dat nodig is. Maar doordat de meeste medicijnen vrijwel overal in het lichaam terechtkomen, kunnen ze ook een effect hebben op een plek waar dat niet de bedoeling is. Dat is één van de manieren waarop bijwerkingen kunnen ontstaan. Er zijn overigens ook medicijnen die zich niet door het hele lichaam verspreiden. Een voorbeeld zijn sommige maagmedicijnen. Die zijn zo gemaakt dat ze direct in de maag hun werk al doen. Een ander voorbeeld zijn medicijnen die in een capsule zitten die pas in een basische omgeving oplost. Je slikt de capsule in, waarna die in je maag terechtkomt. Daar blijft de capsule intact, omdat de maag enorm zuur is. Na een tijdje verlaat de capsule de maag. Aan het begin van de darm wordt het maagzuur geneutraliseerd en wordt de voedselbrij licht basisch. Op dat moment lost de capsule op en komt het medicijn vrij. Ideaal als je een medicijn nodig hebt dat schadelijk is voor de maag, maar dat in de darmen goed werk doet. Maar goed, dit zijn allemaal zijsporen. Het antwoord op je vraag is dat je lichaam niet weet wat je slikt en waar het medicijn naartoe moet. Onderzoekers proberen daarom nog steeds om slimme manieren te vinden om een medicijn alleen naar die plekken te leiden waar het nodig is. Maar voorlopig is het nog behelpen.  

Die medicijnen komen in je bloed, en circuleren dus door je hele lichaam (inclusief hersenen). Niet alle cellen pikken dat medicijn op. Alleen bepaalde cellen kunnen er iets mee. Dat heeft te maken met de bouw van de medicijn en de celmembranen en de receptoren op die celmembranen.

Het lichaam weet dat niet waar het medicijn naartoe moet. Het medicijn weet dat ook niet (maar dat gaat veranderen in de toekomst). Je kunt in het algemeen zeggen dat het medicijn zich gewoon in het hele lichaam verdeelt. Overigens, op sommige plekken zal, afhankelijk van het soort medicijn, de cocentratie hoger zijn, dan op andere plekken. Omdat bepaalde medicijnstoffen door sommige weefsles moeilijker heen kunnen. Toch werkt het medicijn gewoonlijk op de goede plek, en dat is omdat het op andere plekken weinig of niks doet. Een antibioticum bijvoorbeeld gaat door je hele lijf. Of je nu een keelontsteking hebt of een ontsteking aanje grote teen, het antibioticum doet zijn werk, omdat het middel zich verspreidt. Het rem de bacteriegroei af. Sommige andere middelen zijn specifieker, die binden zich op een bepaalde plek en doen daar hun werk. Een voorbeeld: Een middel tegen depressies komt ook in je hele lichaam, dus ook in je grote teen, maar doet daar niks. De weefsels in de grote teen kunnen ook niks doen met dat middel. De hersenen kunnen dat wel. Het anti-depressiemiddel is zo gemaakt dat bepaalde gebieden in de hersenen met het medicijn een verbinding aan gaan en daar doet het medicijn zijn werk. Zie deze medicijnen als een sleutel die alleen passen op gebieden waar ook het juiste slot zit. Sommige middelen werken algemeen, en ander heel specifiek op bepaalse (zenuw) cellen. Ik hoop dat dit een beetje duideljk is, want de materie is complex.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100