hoeveel kan ik vragen met heitje voor karweitje?

Weet jij het antwoord?

/2500

Niks, dat bepalen de mensen zelf.

Een heitje wil zeggen: een kwartje. Nou bestaan kwartjes niet meer. Je moet dus een vergelijkbaar geldstuk vragen voor een karweitje. Laten we er van uitgaan dat alles twee keer zo duur is geworden en dat een beetje gul omgerekend een muntstuk van 50 cent in de richting komt. Het ligt er natuurlijk wel aan wat je daarvoor presteert. Een hele tuin aanharken brengt natuurlijk meer op. Je kunt tevoren aangeven dat het voor de scouting is. Niemand zal je dan met een kluitje in het riet sturen. Je kunt ook tevoren vragen wat ze je willen geven voor het werk dat je aanpakt. Zelf zou ik in dit geval geen prijs noemen, dat hoort niet bij "een heitje voor een karweitje". Succes hoor!

Een kwartje toen de gulden nog bestond. Maar ik denk dat dit nu wel in verhouding staat met 25 eurocent.

Één Euro gedeeld door vier misschien...

Een heitje voor een karweitje betekent 25 guldencent, dus ruwweg 11 eurocent. Maar meestal zeg je gewoon "heitje voor een karweitje" en vervul je de opdracht, waarna de opdrachtgever je wat toestopt (door hem/haar zelf te bepalen).

Een heitje is een kwartje (25 cent), uit de guldentijd. Hier de "volksbenamingen" voor diverse munten en bankbiljetten: De munten en bankbiljetten van de gulden hebben volkse namen gekend, die met de komst van de euro grotendeels zijn verdwenen. Alleen de termen dubbeltje en stuiver worden tegenwoordig ook gebruikt voor de munten van 10 en 5 eurocent. Spie (1-centmunt) Stuiver (5-centmunt) Dubbeltje (duppie) (10-centmunt), hoe een dubbeltje rollen kan Kwartje (maffie[4], heitje (waarnaar de uitspraak: heitje voor 'n karweitje)) (25-centmunt) Gulden (piek, pegel, pop) (Nederlandse 1 gulden) Daalder (lammetje) (1½-guldenmunt) Rijksdaalder (knaak, riks, achterwiel) (2½-guldenmunt) Vijfje (Bas, Dikke stuiver, Joeter, Fiets (2 rijksdaalders)) (5-guldenmunt) Vijfje (5-guldenbiljet) Tientje, (joetje, mattenklopper, prent) (10-guldenbiljet) Geeltje (25-guldenbiljet; een eerdere versie van 1861-1909 had een gele kleur) Zonnebloem, bram, brammetje (50-guldenbiljet) Meier, mutje, snip, bank(ie)/bankje (100-guldenbiljet) Vuurtoren (250-guldenbiljet, met een afbeelding van de vuurtoren van Haamstede) Rooie rug of rug (1000-guldenbiljet, dat later echter groen werd)

Bronnen:
wikipedia

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100