Ga naar de inhoud

12.000 huurders met een koopwoning houden sociale huurwoning bezet

sociale huurwoning met koophuis Bron: © Canva sociale huurwoning met koophuis 

De sociale huurwoning staat steeds meer onder hoogspanning. Ongeveer 12.000 mensen in Nederland huren een sociale huurwoning van een woningcorporatie, terwijl zij zelf ook een koopwoning bezitten. Dat blijkt uit recente analyses van woningcorporaties en toezichthouders. In een periode waarin de wachtlijsten oplopen tot 10 jaar of langer, zorgt deze situatie voor groeiende maatschappelijke discussie.

Meerdere koophuizen

De groep huurders met een koopwoning woont opvallend vaak in populaire steden als Amsterdam, Haarlem en Den Haag. Het gaat daarbij regelmatig om relatief ruime en duurdere corporatiewoningen.

Ruim 2.000 van deze huurders beschikken zelfs over meerdere koopwoningen. In enkele uitzonderlijke gevallen loopt het bezit op tot meer dan 10 huizen.

Lees verder onder het bericht >>

Niet altijd bewuste keuze

Niet elke huurder met een koopwoning maakt bewust gebruik van een sociale huurwoning. Bij ongeveer 1 op de 6 gevallen is het bezit ontstaan door omstandigheden buiten de eigen invloed. Denk aan een erfenis of een koopwoning waarin een ex-partner nog woont. In zulke situaties is er vaak geen directe beschikking over de woning, waardoor de spanning met het doel van sociale huur kleiner is.

Het maatschappelijk belang van woningzoekenden weegt zwaarder dan het privébelang van huurders met vastgoedbezit

Toch vormt deze groep een minderheid. Het grootste deel, naar schatting zo’n 10.000 huurders, kan daadwerkelijk zelf in de koopwoning gaan wonen. Sommigen verhuren hun woning, anderen gebruiken deze als tweede huis. Tegelijkertijd blijven zij een sociale huurwoning bezetten die bedoeld is voor mensen zonder andere woonopties.

Lees verder onder het bericht >>

Wachtlijst sociale huurwoningen. Hoe lang tegenwoordig?
byu/ikea_lampshade inNetherlandsHousing

Juridische kaders en beperkte controle

Woningcorporaties zijn wettelijk verplicht hun woningen toe te wijzen aan huishoudens die niet zelfstandig in hun woonbehoefte kunnen voorzien. Opvallend genoeg is het voor zittende huurders niet expliciet verboden om een koopwoning te bezitten. Bij nieuwe verhuur hanteren veel corporaties wel strikte voorwaarden, maar periodieke controles bij bestaande huurcontracten zijn zeldzaam.

Daardoor kunnen huurders met een stijgend inkomen of zelfs aanzienlijk vastgoedbezit jarenlang in een sociale huurwoning blijven wonen. Juridisch ingrijpen is vooral mogelijk in duidelijke gevallen, zoals leegstand of verhuur van de koopwoning. Rechters wegen daarbij steeds vaker het belang van woningzoekenden zwaarder dan dat van de huurder-eigenaar.

Dat bleek onder meer in een zaak van woningcorporatie Ymere, waarbij een huurder zijn sociale huurwoning verloor nadat bleek dat hij meerdere koopwoningen bezat. De rechter oordeelde dat het maatschappelijk belang doorslaggevend was, meldt de rechtbank.

Druk op wachtlijsten neemt toe

De maatschappelijke impact is groot. Honderdduizenden mensen wachten op een sociale huurwoning, vaak jarenlang. Dat woningen worden bewoond door mensen met alternatieven vergroot het gevoel van ongelijkheid. Volgens Centraal Planbureau moet het systeem beter aansluiten op de huidige woningnood. “Het maatschappelijk belang van woningzoekenden weegt zwaarder dan het privébelang van huurders met vastgoedbezit”, stelt het CPB.

Daarnaast verdienen veel van deze huurders meer dan de inkomensgrens die geldt bij toewijzing. Omdat inkomens- en vermogenstoetsing alleen aan het begin plaatsvindt, komen sociale huurwoningen slechts mondjesmaat opnieuw beschikbaar voor mensen die ze echt nodig hebben.

Lees verder onder het bericht >>

Mogelijkheden voor de toekomst

Om misbruik tegen te gaan, worden verschillende maatregelen besproken. Het CPB pleit voor periodieke toetsing van inkomen en vermogen bij zittende huurders, zodat de sociale huurwoning terechtkomt bij de juiste doelgroep. Ook klinkt de roep om het bezit van een koopwoning expliciet op te nemen als uitsluitingscriterium in huurcontracten.

Daarnaast kan een bredere inkomens- en vermogenstoets gedurende het hele huurcontract bijdragen aan een eerlijker verdeling. Zulke maatregelen zijn gevoelig, maar volgens beleidsmakers noodzakelijk om de sociale huursector te beschermen als vangnet voor mensen die geen andere opties hebben.

Bronnen:

CPB , Woningcorporatie Ymere