Bron: Artist Impressions DALL-e. 2 op de 3 aangehouden verdachten test positief op drugsgebruik.
Cannabis en amfetamine zijn de meest aangetroffen drugs onder verkeersdeelnemers in Nederland. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), waarin meer dan 64.000 bloedmonsters zijn geanalyseerd. De cijfers geven voor het eerst een gedetailleerd beeld van drugsgebruik in het verkeer sinds de invoering van strengere wetgeving in 2017.
De tekst gaat onder de video verder >>
THC veruit meest aangetroffen
Uit het onderzoek komt naar voren dat THC, de werkzame stof in cannabis, met afstand de meest voorkomende drug is. In 71 procent van de positieve bloedmonsters werd THC aangetroffen. Daarmee steekt cannabis duidelijk boven andere middelen uit.
Op de tweede plaats staan amfetamines, zoals speed en xtc, die in 30 procent van de gevallen voorkomen. Daarna volgen cocaïne (15 procent) en GHB (6,8 procent).
Dat cannabis zo vaak voorkomt, betekent niet automatisch dat het ook de grootste veroorzaker is van verkeersgevaar. Wel laat het zien dat het middel breed gebruikt wordt onder bestuurders, en mogelijk wordt onderschat als risicofactor.
Opvallend veel combinatiegebruik
Een van de meest zorgwekkende uitkomsten van het onderzoek is het hoge aandeel combinatiegebruik. 1 op de 5 die positief testte, had meerdere drugs tegelijk gebruikt, soms zelfs 3 of 4 verschillende middelen. De meest voorkomende combinaties zijn:
- cannabis en amfetamine
- cannabis en cocaïne
- GHB en amfetamine
Juist deze mixen vergroten de kans op gevaarlijk rijgedrag aanzienlijk. Verschillende middelen kunnen elkaars effect versterken of onvoorspelbaar maken, wat het risico op ongelukken verhoogt.
Nieuwe wet maakt betere controle mogelijk
Het onderzoek beslaat de periode van 2017 tot en met 2023, en dat is geen toeval. Op 1 juli 2017 werd de Wegenverkeerswet aangepast. Sindsdien gelden er duidelijke grenswaarden voor drugs in het verkeer.
Voor die tijd was rijden onder invloed van drugs wel verboden, maar ontbraken concrete limieten. Dat maakte handhaving lastig. Met de invoering van grenswaarden kan nu precies worden vastgesteld wanneer iemand strafbaar onder invloed is. De politie maakt daarbij gebruik van een tweestapsmethode:
- Speekseltest langs de weg (indicatie)
- Bloedonderzoek in een laboratorium (bewijs en concentratie)
Vooral dat laatste is cruciaal, omdat alleen via bloed exact kan worden gemeten hoeveel van een stof in het lichaam zit.
Vooral jonge mannen in beeld
Het profiel van de onderzochte bestuurders is opvallend consistent. 92 procent is man, met een gemiddelde leeftijd van 29 jaar. Daarnaast zijn er duidelijke verschillen per leeftijdsgroep:
- Jongeren (onder 26 jaar) testen relatief vaak positief op cannabis
- Oudere bestuurders gebruiken vaker stimulerende middelen zoals cocaïne en amfetamine
Dit sluit aan bij bredere trends in drugsgebruik, waarbij cannabis populairder is onder jongeren en stimulantia vaker voorkomen in oudere groepen en het uitgaansleven.
2 op de 3 verdachten positief
Van de bestuurders die door de politie werden gecontroleerd op verdenking van rijden onder invloed, bleek ongeveer 2 derde daadwerkelijk drugs in het bloed te hebben. Dat hoge percentage suggereert dat politiecontroles steeds gerichter plaatsvinden, maar onderstreept ook hoe groot het probleem is.
Vervolgonderzoek moet risico’s verder blootleggen
Het NFI-onderzoek richt zich vooral op de aanwezigheid en concentratie van drugs. In een volgende fase willen onderzoekers kijken naar de relatie tussen drugsgebruik en verkeersongevallen. Die stap is cruciaal, omdat daarmee beter kan worden vastgesteld welke middelen, en vooral welke combinaties, het grootste risico vormen op de weg.
Groeiende uitdaging voor verkeersveiligheid
De cijfers laten zien dat drugsgebruik in het verkeer geen marginaal probleem is. Integendeel: het is een structurele uitdaging, met name door het hoge aandeel cannabisgebruik en de opkomst van combinatiegebruik.
Voor beleidsmakers en handhavers ligt er dan ook een duidelijke opdracht. Niet alleen controle en handhaving zijn belangrijk, maar ook bewustwording. Vooral het idee dat sommige drugs ‘veilig’ zouden zijn in het verkeer, blijkt hardnekkig, en volgens experts onterecht.
Bronnen:
AD, Talpa