Bron: Canva. Eigen bijdrage voor het verpleeghuis: zóveel invloed heeft jouw inkomen (en vermogen).
Het is een onderwerp waar we liever nog niet over nadenken, maar waar we wellicht eens mee te maken krijgen: de verhuizing naar een verpleeg- of verzorgingshuis. Naast de emotionele impact, brengt dit ook financiële vragen met zich mee. Want wie betaalt dat eigenlijk? De overheid springt bij, maar je betaalt altijd een ‘eigen bijdrage’. En schrik niet die kan flink oplopen, afhankelijk van jouw inkomen en spaargeld.
Hoe dit precies zit? Wij leggen het je in begrijpelijke taal uit!
Inkomens- en vermogenstoets
Wanneer je door ouderdom of ziekte (zoals dementie) niet meer zelfstandig thuis kunt wonen en 24 uur per dag zorg nodig hebt, val je onder de Wet langdurige zorg (Wlz). Vanuit deze wet wordt de zorg, het verblijf en het eten in het verpleeghuis betaald. Klinkt goed, toch? Zeker, maar de overheid vraagt hiervoor wél een maandelijkse eigen bijdrage.
Het Centraal Administratie Kantoor (CAK) berekent hoe hoog deze bijdrage voor jou is. En daar komt de beruchte ‘inkomens- en vermogenstoets’ om de hoek kijken.
De lage of de hoge eigen bijdrage?
Er zijn in Nederland 2 soorten eigen bijdragen voor het verpleeghuis: de lage eigen bijdrage en de hoge eigen bijdrage.
1. De eerste 4 maanden: altijd de lage bijdrage: Wanneer je in een verpleeghuis wordt opgenomen, betaal je de eerste 4 maanden altijd de lage eigen bijdrage. Dit is een soort overgangsperiode. Het geeft je de tijd om financiële zaken te regelen, zoals het opzeggen van de huur of het in de verkoop zetten van een koophuis. De lage eigen bijdrage is over het algemeen goed te overzien en bedraagt in 2026 maximaal zo’n € 1.052,20 per maand (afhankelijk van je inkomen).
2. Na 4 maanden: de hoge bijdrage (als je alleenstaand bent): Ben je alleenstaand? Dan ga je na die eerste 4 maanden de hoge eigen bijdrage betalen. De overheid redeneert namelijk: je hebt geen thuiswonende partner meer die van jouw inkomen moet leven, dus je kunt een groter deel van je geld aan de zorg besteden. Deze hoge eigen bijdrage kan in 2026 oplopen tot maar liefst € 3.061,80 per maand.
Let op: Blijft jouw partner nog wel zelfstandig thuis wonen? Dan blijf je in de meeste gevallen gewoon de lage eigen bijdrage betalen, zodat de achterblijvende partner niet in financiële problemen komt.
Hoe berekent het CAK jouw eigen bijdrage?
Het CAK kijkt niet alleen naar je maandelijkse AOW en eventuele pensioen, maar ook naar je vermogen (je spaargeld, beleggingen en soms de overwaarde van een leegstaand koophuis). Dit noemen ze de vermogensinkomensbijtelling.
Een deel van jouw spaargeld wordt door het CAK opgeteld bij je inkomen. Heb je je hele leven hard gewerkt en flink gespaard? Dan betaal je dus een aanzienlijk hogere maandelijkse bijdrage dan iemand die alleen een AOW-uitkering en geen spaargeld heeft. Voor veel Nederlanders voelt dit als een ‘boete op sparen’, maar het is de manier waarop ons zorgstelsel solidair is ingericht.
Hoeveel spaargeld mag je hebben voordat het meetelt?
Dit is misschien wel de meest gestelde vraag op dit onderwerp, en terecht. Het goede nieuws: het CAK telt niet al je spaargeld mee. Er geldt namelijk een vrijstelling, ook wel het toetsbedrag genoemd. In 2026 zijn de vrijstellingen als volgt:
- Alleenstaande: het vermogen tot € 33.748,- telt niet mee voor de eigen bijdrage.
- Echtpaar / samenwonenden: het vermogen tot € 67.496,- telt niet mee.
Heb je dus als alleenstaande € 40.000,- op de bank? Dan telt alleen het bedrag boven de vrijstelling mee, in dit geval € 6.252,-. En zelfs dat bedrag wordt niet één-op-één bij je inkomen opgeteld.
De 4%-regel: zo rekent het CAK met je spaargeld
Het CAK werkt met de zogenaamde vermogensinkomensbijtelling (VIB). Van het vermogen bóven het toetsingsbedrag wordt slechts 4% opgeteld bij je bijdrage-plichtig inkomen. Dat klinkt abstract, maar met een voorbeeld wordt het meteen duidelijk:
Voorbeeld: Je hebt € 50.000,- spaargeld. De vrijstelling is € 33.748,-. Het verschil is € 16.252,-. Daarvan telt 4% mee: € 650,08 per jaar, ofwel € 54,17 per maand extra bovenop je eigen bijdrage.
Zoals je ziet: een paar ton spaargeld heeft wél een flinke impact, maar een bescheiden spaarpotje van een paar tienduizend euro maakt het maandelijkse bedrag maar beperkt hoger.
Wat telt wél en niet mee als vermogen?
Veel mensen denken dat alles wat ze bezitten wordt meegeteld. Dat valt gelukkig mee:
✅ Telt wél mee:
- Spaargeld en betaalrekeningen
- Beleggingen en aandelen
- Een tweede woning of vakantiehuis
- De overwaarde van een leegstaand koophuis (na verhuizing naar het verpleeghuis)
❌ Telt níet mee:
- De inboedel en persoonlijke bezittingen
- Een auto (tot een bepaalde waarde)
- Lijfrente-uitkeringen (die tellen als inkomen, niet als vermogen)
- Het koophuis zolang de partner er nog in woont
En je koophuis dan?
Dit is een punt waar veel mensen van schrikken. Woonde je in een koophuis en ga je naar het verpleeghuis, terwijl je partner achterblijft? Dan hoef je je geen zorgen te maken: de overwaarde van de woning telt niet mee zolang jouw partner er nog in woont.
Maar woon je alleen en staat het huis leeg (of wordt het verkocht)? Dan telt de overwaarde na de verkoop wél mee als vermogen en dus ook voor de berekening van je eigen bijdrage. Dit kan een grote financiële impact hebben, en is een extra reden om tijdig een financieel adviseur of notaris in te schakelen.
Wat als je inkomen te laag is (of als je schulden hebt)?
Schiet je in de stress bij het zien van die maximale eigen bijdrage van ruim € 3.000,- per maand? Haal dan even diep adem, want er is gelukkig een groot vangnet. Dit bedrag is namelijk een maximum. Je betaalt dit alleen als je een heel hoog pensioen én flink wat spaargeld hebt. Maar wat als de realiteit anders is?
1. Je inkomen is niet hoog genoeg: De eigen bijdrage is altijd een percentage van jouw persoonlijke inkomsten en vermogen. Heb jij alleen een AOW-uitkering en geen spaargeld op de bank? Dan wordt jouw eigen bijdrage daarop aangepast. Je betaalt dan een fractie van dat maximale bedrag. Het CAK (Centraal Administratie Kantoor) berekent het zo, dat je na het betalen van je zorgverzekering altijd een wettelijk vastgesteld minimumbedrag overhoudt voor jezelf (het ‘zak- en kleedgeld’ van ruim € 267,- per maand). Je kunt dus nooit in de min komen te staan doordat de eigen bijdrage hoger is dan je inkomsten.
2. Je hebt schulden: Heb je schulden? Dan kijkt de Belastingdienst (en dus ook het CAK) ernaar in welke ‘box’ deze vallen. Schulden die in Box 3 vallen (zoals een persoonlijke lening of een doorlopend krediet) worden afgetrokken van je vermogen. Hierdoor valt je vermogen lager uit, wat direct zorgt voor een lagere eigen bijdrage.
3. Je komt alsnog in de knel: Het CAK kijkt voor de berekening altijd naar je inkomen van 2 jaar geleden (het peiljaar). Maar wat als je financiële situatie inmiddels drastisch is veranderd, bijvoorbeeld door plotselinge schulden of een flinke inkomensdaling? Dan kun je bij het CAK een ‘peiljaarverlegging’ aanvragen. Ze rekenen dan met je inkomsten van nú, in plaats van die van 2 jaar geleden. Lukt het betalen van de rekening écht niet door lopende schuldaflossingen? Neem dan altijd contact op met het CAK. Zij kunnen een betalingsregeling treffen of in uitzonderlijke gevallen maatwerk leveren, zodat je niet verder in de financiële problemen raakt.
3 Tips om je voor te bereiden (en kosten te besparen)
Omdat de eigen bijdrage je spaargeld flink kan doen slinken, is het slim om vooruit te denken. Wat kun je doen?
- Schenk op tijd aan de kinderen: Veel ouderen kiezen ervoor om (een deel van) hun vermogen al tijdens hun leven belastingvrij te schenken aan hun kinderen of kleinkinderen. Wat er niet is, kan het CAK immers ook niet meenemen in de berekening. Let wel op: doe dit op tijd en zorg dat je zelf genoeg overhoudt om comfortabel van te leven. Het CAK kijkt voor de berekening van je eigen bijdrage namelijk altijd naar je inkomen en vermogen van 2 jaar geleden (het peiljaar). Ga je in 2026 naar het verpleeghuis? Dan kijkt het CAK naar je belastingaangifte van 2024.
- Maak een levenstestament: In een levenstestament kun je vastleggen wie jouw financiën mag beheren als je dat zelf niet meer kunt (bijvoorbeeld door dementie). Je kunt hierin ook opnemen dat schenkingen aan de kinderen door mogen gaan, zelfs als jij in het verpleeghuis zit.
- Maak een proefberekening: Wil je weten waar je aan toe bent? Op de website van het CAK kun je een handige proefberekening maken. Vul anoniem je inkomen en spaargeld in, en je ziet direct wat jouw geschatte eigen bijdrage zou zijn.
Kortom: Een verhuizing naar een verpleeghuis is al ingrijpend genoeg; door je financiële situatie tijdig in kaart te brengen, zorg je voor rust en voorkom je onnodige stress over de eigen bijdrage.
Let op! Startpagina geeft geen financieel advies, alleen tips en informatie. Raadpleeg bij vragen altijd een financieel adviseur.