Iets gekocht onder valse beschrijving, wat kan ik hier mee?

Op een biedingssite (www.uitbieden.nl), heb ik het hoogste bod geplaatst op een mp4. Hier stond een afbeelding bij van een iPod nano. Ik was er dus van uit gegaan dat ik ook op deze iPod had geboden. Er stond verder alleen de waarde van de mp4 bij (64,99 als ik mij het goed herinner). Na enig mail verkeer bleek dat het niet om de afgebeelde iPod gaat maar een andere mp4. Natuurlijk is dit niet waar ik op geboden heb naar mijn idee en wil ik het product ook niet hebben. Ze verplichten mij tot het betalen van 23,99 als annulering.
Wat kan ik hier mee? Mag een site producten verkopen onder valse beschrijvingen? Er stond geen merk of iets bij alleen een waarde, en dus afbeeldingen van een iPod nano.

Weet jij het antwoord?

/2500

Aan de ter waarde van prijs had je al kunnen zien dat het geen iPod kon zijn geweest. Verder stond de naam iPod niet vermeld. Helaas sta je dus niet in je recht dus zul je de mp4 moeten nemen of annuleren. Volgende keer goed kijken dus!

Naar mijn mening is hier sprake van 'dwaling' (BW 6:228, lid 1) en kan de koop vernietigd worden zonder verdere kosten (Ik zie de foto als 'mededeling'). Je zou het artikel namelijk niet hebben gekocht voor de aangeboden prijs als je de werkelijke hoedanigheden had gekend (namelijk dat de beschrijving niet op de onterecht afgebeelde iPod sloeg) en de tegenpartij zou dit behoren te weten. Zie verder de brontekst. "De wetgever bedoelt met dwaling: ‘het ontbreken van een juiste voorstelling van zaken’, artikel 6:228 lid 1 BW. Er komt bij dwaling wel een overeenkomst tot stand, maar deze overeenkomst is vernietigbaar. Artikel 6:228 lid 1 BW noemt drie dwalingsituaties: •De dwaling is te wijten aan een mededeling van de wederpartij; •De dwaling is te wijten aan het zwijgen van de wederpartij; •Beide partijen hadden dezelfde onjuiste voorstelling van zaken (wederzijdse dwaling). Bij dwaling is er sprake van een mededelingsplicht of onderzoeksplicht. De onderzoeksplicht van de dwalende komt uit de in artikel 6:228 lid 2 BW genoemde verkeersopvattingen. Een onderzoeksplicht wordt sneller aangenomen voor feiten die eenvoudig zijn te ontdekken. De deskundigheid van partijen speelt een belangrijke rol bij de vraag of de onderzoeksplicht of de mededelingsplicht moet prevaleren. Vaak is er sprake van een situatie waarin de ene partij over meer kennis beschikt dan de andere partij. Dit aspect kan ondergebracht worden bij de ‘omstandigheden van het geval’ van artikel 6:228 lid 2 BW. Voor een geslaagd beroep op dwaling moet er een causaal verband zijn tussen de dwaling en het aangaan van de overeenkomst. Het is vereist dat de overeenkomst bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten. Het moet steeds gaan om een eigenschap die voor de dwalende van essentiële betekenis is voor het sluiten van de overeenkomst. Tevens moet de wederpartij weten of moet kunnen weten dat de omstandigheid waarover gedwaald wordt, voor de dwalende essentieel is. Dit is het kenbaarheidvereiste. De dwaling moet samenhang hebben met feiten die bestaan op het moment dat de overeenkomst wordt aangegaan, artikel 6:228 lid 2 BW. Dwaling omtrent feiten die zich op dat moment nog niet hebben voorgedaan, leveren geen grond op voor een beroep op dwaling."

Bronnen:
http://www.aghart.nl/advocaten_adviseurs/V...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100