Hoe los ik de volgende sommen op? (Worteltrekken/breuken)

Ik heb na lange tijd mijn wiskunde weer eens opgepakt. Zowel de basis van worteltrekken als van breuken beheers ik, al weet ik niet zeker of ik deze sommen op de juiste manier maak... Graag zou ik willen weten wat de antwoorden zijn van deze sommen zodat ik kan controleren of mijn manier van aanpak juist is?

Zie de afbeelding voor enkele voorbeelden.

Alvast mijn dank voor het beantwoorden van de vraag!

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

De wortel uit 1 = 1 De wordtel uit 36 = 6 De wortel uit 1/36 = 1/6 Je kunt het makkelijk controleren door de uitkomst weer in het kwadraat te verheffen. B.v. Wortel 4 = 2 2 x 2 = 4 1/6 x1/6 = 1/36.

de wortel van 1/36 = 1/6 de wortel van 1/9 = 1/3 de wortel van 1/25 = 1/5 het is eigenlijk precies hetzelfde als: de wortel van 36 = 6 de wortel van 9 = 3 de wortel van 25 = 5 ik hoop dat je wat aan dit antwoord hebt

De wortel uit een breuk is hetzelfde als de wortel uit de teller gedeeld door de wortel uit de noemer. In jouw voorbeeld is het nog vrij eenvoudig, maar als je b.v. de wortel uit 3/17 wilt uitrekenen, doe je wortel uit 3 gedeeld door de wortel uit 17. En dat is dus 1,73 / 4,12 = 0,42 (alles afgerond)

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100