Is de volgende vergelijking op te lossen?

A + B = 5

2A + 4B + 4C = 32

C = ?


nu wil ik dus weten wat c dan moet zijn

Weet jij het antwoord?

/2500

A=4 B=1 (A+B=5) 2(8)+4(1)= 20 12 over, gedeeld door 4 = 3. C is dus 3. Misschien zijn er nog meer oplossingen.

A+B =5 A =2 B = 3 of A=3 en B = 2 Wanneer A = 2 en B = 3 Of A = 3 en B = 2 2A + 4B + 4C = 32 2A + 4B + 4C = 32 4 + 12 + 4C = 32 6 + 8 + 4C = 32 16 + 4C = 32 14 + 4C = 32 4 C = 16 4C = 18 Uitkomst C = 4 of C = 4.5 Toegevoegd na 3 minuten: Ik hoop dat je er wijs uit komt maar wanneer je 2 denkbeeldige kolommen maak zie je dat ik 2 vergelijkingen en ook 2 oplossingen heb namelijk 4 of 4½ Toegevoegd na 16 minuten: Ik kreeg al meteen een reactie en terecht want ik had nog een mogelijkheid (niet opgelet) Maar de uitkomsten zijn als volgt want heb er 4 oplossingen voor getal C Dat is namelijk: 3.5 of 4 of 4.5 of getal 5

c is niet te vinden. De opgave noemt twee vergelijkingen met drie onbekenden, dat is één vergelijking te weinig. Je kunt wel één onbekende elimineren (door in de tweede vergelijking A te vervangen door 5 - B, of B door 5 - A), maar verder kom je niet.

Nee, voor 3 onbekenden heb je 3 vergelijkingen nodig en je hebt er maar 2.

Door a om te zetten in b => a= (5-b) kun je a als onbekende schrappen. Je krijgt dan 2(5-b) + 4b + 4c = 32. Beide kanten delen door 2 etc., krijg je 5 + b + 2c = 16. Het antwoord strandt echter op de vergelijking: b+ 2c = 11. We kunnen b niet omzetten in c, omdat wij de verhouding tussen a:b, b:c of a:c niet kennen.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100