Zou iemand een korte uitleg willen geven over hoe je: formules tussen haakjes uit moet rekenen? Ik snap er vrij weinig van!

Het komt in de toets van morgen voor

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

de vogelbekmethode werkt voor mij het beste. (3+4)×(5+2) gebruik je de vogelbekmethode (zie plaatje) eerst doe je 3 x 5 (zwarte lijn) dan doe je 3 x 2 (rode lijn) dan doe je 4 x 5 (gele lijn) dan doe je 4 x 2 (blauwe lijn) dat zet je allemaal achter elkaar, reken je uit e je hebt je antwoord Toegevoegd na 2 minuten: Antwoord toevoegen: 3x5 = 15 3x2 = 6 4x5 = 20 4x2 = 8 15 + 6 + 20 + 8 = 49 (3+4)×(5+2) = 49 Mocht er in je som dit voorkomen: (4-2) dan moet je op het moment dat je iets met die 2 vermenigvuldigd een min ervoor zetten want die staat ook in de eerste notatie, onthoud dat. (echter min x min = plus

Eerst alles tussen de haakjes uitrekenen tot een enkel getal en dan de haakjes weglaten. Voorbeeld: (3 + 4) * ((5 + 10) /3) = (7) * ((15)/3) = 7 * (15/3) = 7 * 5 = 35

Eerste moet je alles tussen haakjes doen. Daarna moet je Machtsverheffen, Vermenigvuldigen, Delen, Worteltrekken, Optellen en Aftrekken.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100