Tot hoever mogen wetenschappers hun eigen gevoelens of ingeving gebruiken in een wetenschappelijk onderzoek?

Mijn vraag gaat over alle wetenschappelijke disciplines

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Als Einstein niet zijn eigen ingevingen had gevolgd was er nooit een relativiteits theorie geweest. Een wetenschapper mag elke ingeving gebruiken en elk gevoel gebruiken, echter daarna zal hij dit moeten beschrijven en tevens zorgen dat alles wat ie gedaan heeft reproduceerbaar is. Bovendien zal het resultaat van de uitgewerkte ingeving weer tegen de randvoorwaarden gehouden moeten worden. En uiteraard zijn gevoelens en ingevingen gaan houden tegen objectieve metingen en criteria. Vaak is het zelfs goed om een collega wetenschapper de gebruikte redeneringen en berekeningen te laten controleren. Want als je een belangrijk punt mist zal je later bij bij de controle datzelfde punt meestal weer over het hoofd zien.

Om de betrouwbaarheid en validiteit van een wetenschappelijk onderzoek zo groot mogelijk te maken, moet een onderzoeker zo weinig mogelijk interpretatie toepassen. Maar aan enige vorm van interpretatie en eigen mening ontkom je niet aan. Je kunt het nooit helemaal uitsluiten. De manier waarop wetenschappers dit aanpakken is door onderzoeken te citeren waarbij andere onderzoekers dezelfde mening zijn toegedaan. Als ik de mening heb dat a leidt tot b, zoek ik naar wetenschappelijke publicaties die deze stelling zouden kunnen ondersteunen. Doe je dit goed, hoeft de betrouwbaarheid van je onderzoek er niet onder te lijden. Het komt wel eens voor dat onderzoekers sterk hun eigen mening naar voren laten komen. Deze meningen hebben zonder bewijs echter wetenschappelijk gezien weinig toegevoegde waarde. Ook proberen onderzoekers zo veel mogelijk transparantie in hun onderzoeksverslag te verweven, zodat de lezer kan controleren op welke wijze het onderzoek tot stand is gekomen en waarom bepaalde keuzes en conclusies worden gemaakt. Deze openheid van zaken zorgt ook voor een verhoogde betrouwbaarheid en validiteit.

Totaal niet!! Dit kan het onderzoek sterk beinvloeden, sterker nog het is zelfs moeilijk om het niet te beinvloeden. Stel een onderzoeker doet onderzoek naar pestgedrag op basisscholen en de onderzoeker is vroeger zelf gepest, dan is de kans groot dat hij meer de kant belicht van het gepeste kind en minder gegevens en feiten verzameld over de pester Daardoor kan de onderzoeker feiten (of zelfs oplossingen) over het hoofd zien. Dat is dus een voorbeeld van hoe beinvloedbaar een onderzoek kan zijn d.m.v. eigen gevoelens/ingeving. Een onderzoek moet ook herhaalbaar zijn en ook daarom is het belangrijk om eigen ideeen er buiten te houden. (Tenzij je een klein onderzoekje voor jezelf doet natuurlijk en niemand anders hoeft het te lezen ;)

Wetenschappers gebruiken hun eigen gevoel of ingeving wel voor het opstellen van onderzoeksvragen maar zouden hun onderzoek zélf zodanig moeten inrichten dat hun mening of gevoel geen gevolgen heeft voor het eindresultaat. Het eindresultaat moet objectief meetbaar of statistisch betrouwbaar zijn. Wat dan wel weer kan, is dat de wetenschapper in zijn aanbevelingen voor vervolgonderzoek bepaalde dingen interpreteert op basis van zijn eigen gevoel of ingeving, maar daar hoort hij dan ook netjes bij aan te geven dat het vervolgvragen zijn die nog objectief onderzocht moeten worden.

Dat mag bij de keuze van de onderwerpen. Ook kunnen je eigen gevoelens en ervaringen je natuurlijk op ideeen brengen in welke richting je antwoorden gaat zoeken.

Ieder wetenschappelijk onderzoek gaat uit van een hypothese, een veronderstelling, die men dan vervolgens probeert te bewijzen. De hypothese kan overal op zijn gebaseerd, op gevoelens en op ingevingen. Maar omdat het dure onderzoeken zijn, zal het nooit ""zomaar"" een gevoel zijn of een ingeving. Meestal gaat het voort op al eerder gedaan onderzoek, om zo een stap(je) verder te komen.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100