weet iemand hoe het ABC model van de bloemontwikkeling werkt?

Weet jij het antwoord?

/2500

Pff, even nadenken, want ik ben zelf nog niet zo heel lang bezig met ook planten na te zien om mijzelf beter te begrijpen in mijn sportprestaties (en mijn huid). Voor een goede powerpoint (Engelstalige, weet niet of er al vertalingen van zijn), zie http://www.powershow.com/view1/1ca3f5-ZGU2Z/Lecture_4_Leaf_and_flower_development_powerpoint_ppt_presentation. ABC-model is vrij recent en van vijftal jaren nadat ik afstudeerde (einde jaren 1980) en komt uit Arabidopsis thaliana (zie google) en kadert in de 'nieuwe' benadering waarin men plannen vanuit de genetica zowel moleculair als qua 'ontwikkeling' probeert te analyseren. Het poogt de de invloeden in een volgorde te gieten, wat de illusie schept dat men 'tegenwoordig alles begrijpt', maar dat is verre van zo. Ik leg het even uit. Ze wilden hiermee Goethe afbreken, maar eigenlijk gebruiken ze ook zijn kennis om het uit te leggen, dus echt veel verder staan we nog niet. Het model vertrekt vanuit de stelling dat er vier 'vertikels' (bloemonderdelen) zijn kelkbladen, bloemblaadjes, meeldraden en carpels. Hierbij zouden drie soorten genen aan de bron liggen van hun evolutie of specifieke uitgroei en die noemt men A (in schema's meestal blauw gekleurd), B (meestal geel) en C (meestal rood). A. Het AP1-gen zou de identiteit van zowel de kelk als de kroonbladen bepalen, maar indirect ook meer (via het AP2-gen dat ook in klasse A als invloed wordt beschouwd). In schema's gaat men daarom meestal een blauwe pijl naar de buitenkant van bijv. een tulp tekenen. B. In functie twee spreekt men van AP(etalia)3-gen en PI (Pistillata, beiden MADS-box genen) en zul je een gele pijl merken van functie B met een invloed van A & C (dus een gemixte kleur van geel met hetzij A=blauw hetzij met C=rood) en de functie zorgt voor een omzetting naar kelkbladen en meeldraden, vanuit de bloemblaadjes komt dit dan (zie schema http://en.wikipedia.org/wiki/File:Modelo_abc.svg, er bestaat opnieuw geen andere taal als bron, sorry, en de namen daar moet ik ook opzoeken, dus excuses als mijn vertaling in het Nederlands soms onduidelijk is, ik ben GEEN specialist hierin, maar begrijp de structuur een beetje). C. In deze functie is het terug eenduidig zoals in A en is er enkel een AGAMUS-gen dat de invloed op de ontwikkeling bepaalt van de stamper en de werking van de meeldraden. In zekere zin 'vergroeien' de bloemblaadjes en de kelkbladen erg ongedifferentieert (= ze krijgen geen aparte functie) in de stamper. Lukt dit?

Bronnen:
http://en.wikipedia.org/wiki/ABC_model_of_...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100