Hoe verklaart de wetenschap overlevings- en voortplantingsdrang?

Dus waarom die natuurkrachten er zijn. Waarom zou een door toeval en tijd ontstane cel, plant, dier, mens... zichzelf/zijn soort in leven willen houden? Dit rijmt niet echt met toevalligheden.

Toegevoegd na 2 uur:
Het is dus een aaneenschakeling van toevalligheden, ook de overlevingsdrang. Maar evolutie duurt lang. Hoe kan iets dat zich bijv. niet kan voortplanten, ineens spontaan werkende voortplantingsorganen krijgen, en ook nog eens de drang daartoe? Er moeten dan toch ook tussenvormen zijn met 'een beetje' geslachtsorgaan, bij toeval ontstaan. En die zijn waarschijnlijk al uitgestorven voordat het helemaal functioneert.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

De wetenschap ontkent deze drangen. De drang tot overleving en voortplanting veronderstelt inzicht in de toekomst. Als verklarend model zijn deze drangen niet nodig. Een aangeboren drang bestaat meestal uit kleine dingetjes die met elkaar een zinvol gedragspatroon vormen. Neem als voorbeeld agapornissen, sommige agapornissen hebben een drang om takjes in hun snavel te nemen, dan naar hun nest in aanbouw te vliegen en daar de takjes te gebruiken om een nest te maken. Er zijn ook agapornissen die eerst een aantal takjes tussen hun veren steken en dan naar het nest vliegen et cetera (een luie, slimme agapornissoort). Als deze soorten worden gekruist raken de nakomelingen ernstig in de war en zijn ze eindeloos bezig met het in de veren en weer in de snavel nemen van takjes. Op grond daarvan zou je kunnen concluderen dat de aangeboren drang eigenlijk alleen uit kleine onbenullige stapjes bestaat. Door leergedrag worden dieren wel beter in het aan elkaar verbinden van gedragspatronen, zodat ik denk dat een agapornis als hij een tijdje bezig is de aangeboren gedragspatronen wel beter weet te verbinden en toch een soort doel heeft zoals een nest met een vorm die hem bevalt (genetisch vastgelegd). Door de oefening ontstaat er dus wel een bepaalde doelgerichtheid (=toekomstgerichtheid) denk ik. Dat doel gaat dan in dit geval niet verder dan een nest. De overlevingsdrang bestaat denk ik ook uit vrij simpele principes, vogels hebben vaak al een soort voorgeprogrammeerd beeld van roofvogels die een bedreiging zouden kunnen vormen en vluchten dan bijvoorbeeld de struiken in. Ook is het altijd handig om andere vogels te volgen als die ergens van schrikken. Het schijnt dat mensen een aangeboren angst voor slangen hebben, voor rondscharrelende kinderen lijkt me dat wel een nuttige angst. Het ontstaan van voortplantingsorganen, en in het bijzonder waarom er maar twee geslachten zijn is wel object van onderzoek geweest. In principe zijn er bij de voortplanting twee principes, spermacompetitie en het efficiënt investeren van energie in een nakomeling (1 groot ei of vele kleintjes). Een van de ouders investeert energie, de andere ouder probeert zoveel mogelijk nakomelingen te produceren. Bij definitie noem je de dieren met grote voortplantingscellen vrouwtje en die met kleine voortplantingscellen mannetjes. Je kunt je voorstellen dat het efficiënt werkt naarmate de taken van de voortplantingscellen meer gespecialiseerd worden.

In het DNA staan allerlei eigenschappen van een organisme (een dier/plant of eencellige) beschreven. Doordat cellen zich steeds delen (bij het delen van cellen, wordt je DNA ook steeds gekopieerd) ontstaan er foutjes in het DNA. (Vergelijk het met als jij bijvoorbeeld een tekst overschrijft, is de kans groot dat je een woord per ongeluk verkeerd hebt opgeschreven.) Deze foutjes zijn vaak niet gunstig of merk je niks van. Maar het komt heel soms voor dat het wel een gunstige mutatie (verandering in het DNA) is. En deze mutatie zou ervoor kunnen zorgen dat gecodeerd in je DNA staat dat je je graag voortplant/graag overleeft (en daarom heb je bijvoorbeeld ook pijnzintuigen. Deze zijn er in de evolutie bijgekomen, omdat dit gunstig is, want dingen die pijn doen, zijn ook vaak niet goed voor je en kunnen tot de dood leiden, waardoor je je niet voort kan planten, omdat je dood bent en zo zullen de dieren zonder pijnzintuigen uitsterven.). En daarom vinden dieren het ook fijn om voort te planten, want de dieren die het niet fijn vinden om voort te planten geven hun DNA niet door en de dieren die het wel fijn vinden om voort te planten geven hun DNA wel door, omdat ze zich voort planten.

Je vraagt waarom een door toeval ontstane levensvorm zichzelf in leven zou willen houden. Het antwoord is: dat hoeft inderdaad helemaal niet. In het begin waren er levensvormen ontstaan. Zoals je zegt, door toeval. Het waren dan ook levensvormen met min of meer toevallige eigenschappen. Sommige van die levensvormen konden zich, puur door hun toevallig verkregen eigenschappen, niet voortplanten. Andere levensvormen konden zich in principe wel voortplanten, maar hadden - alweer door hun puur toevallig verkregen eigenschappen - onvoldoende drang om dat daadwerkelijk te doen. Weer andere levensvormen zouden zich uit de voeten kunnen maken wanneer er in de buurt een vulkaan uitbarstte. Maar, vanwege hun door puur toeval verkregen eigenschappen, vonden ze het niet nodig te vluchten. Ze bleven dus zitten waar ze zaten terwijl de lava naderde en de temperatuur navenant toenam. Je kunt je voorstellen wat er met bovenstaande drie voorbeelden is gebeurd... en waarom die levensvormen er nu niet meer zijn... Andere levensvormen konden zich, vanwege hun puur door toeval verkregen eigenschappen, wel voortplanten. Ze voelden ook een innerlijke drang om dat te doen. En ze vonden het nodig te vluchten als er gevaar dreigde. Die laatste levensvormen zijn de enige die we nu nog zien. Toeval? Ja, in de basis wel. Toeval? Nee. Puur toeval als basis. Met als enig mogelijke, enig logische gevolg dat we nu levensvormen zien die bepaalde eigenschappen heeft die beslist niet toevallig zijn.   Toegevoegd na 1 uur:   N.a.v. je toevoeging (waarmee je er ineens een andere vraag van maakt): Sommige van de eerste levensvormen plantten zich niet voort, of vluchtten niet wanneer er gevaar dreigde. Andere deden dat wel. Die eerste zijn er niet meer. Die laatste wel. Althans, hun afstammelingen. Naar alle waarschijnlijkheid is het leven niet in één klap ontstaan, maar waren er meerdere gebeurtenissen, die allemaal in een "soort van" levens-achtig iets resulteerden. Op die "ietsen" was het bovenstaande van toepassing. Verwar overigens niet de evolutie met het ontstaan van leven. De evolutie beschrijft hoe bestaand leven evolueert. De evolutie zegt niets, helemaal niets, over het *ontstaan* van leven.  

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100