Hebben gelovigen en sceptici een fundamenteel verschil in hun karakter, in hun personaliteit of puur een intellectueel verschil van mening?

Als er een fundamenteel verschil is dan kunnen de twee groepen elkaar nooit echt (op intellectueel en gevoelsniveau) begrijpen.

Gelovigen (in religie of spiritualiteit) blijven gelovig zonder materieel bewijs, en meestal zelfs als ze een bewijs krijgen dat hun geloof is onmogelijk, blijven ze geloven.

Maar ook sceptici blijven vaak voor altijd sceptisch want je kan in principe in alles blijven twijfelen dus sceptisch zijn kan ook een soort levens overtuiging of een "geloof" zijn.

Ik probeer te bepalen hoever is de afstand tussen de twee en of het overbrugbaar is, wel of niet.

Toegevoegd na 2 uur:
Let op, in deze vraag staat SCEPTICI niet wetenschappers.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Sceptici en gelovigen hebben bepaalde eigenschappen GEMEENSCHAPPELIJK. Ze zijn zeer betrokken bij het onderwerp. Als je gelovigen NIET vertaalt als religieuzen zijn dat mensen die door hun persoonlijke ervaring en belevenissen ZEKER zijn van hun standpunten. Sceptici zijn dat echter OOK, zij geloven stellig in argumenten die een bepaalde stelling ongeloofwaardig maakt. Echte gelovigen zijn ZEER ZEKER van hun opvattingen en overtuigingen, geen vezel van hun lichaam twijfelt aan datgene waarin ze geloven. Sceptici gaan van het besef uit dat je (vrijwel) NIETS zeker KUNT weten. (je zou agnostici als een stroming onder de sceptici kunnen zien) Zoals haat en liefde erg dicht bij elkaar liggen verhoudt zicht ook scepticisme tot geloof, waarbij ik NIET aan wil duiden welke tot welke van de twee in deze de haat zich verhoudt, omdat ik daarmee een voorkeur/ waarde uit zou spreken., het geeft slechts aan hoe dicht deze sterke krachten bij elkaar liggen. In een cirkelfunctie is alles wat oneindig ver weg ligt mogelijk oneindig dichtbij. Vanuit hun beleving kunnen zo gelovigen en sceptici die denken volslagen van elkaar in inzicht te verschillen, toch heel dicht bij elkaar te zitten. Ik heb stevige discussies met mensen uit beide groepen gehad en ik verbaasde mij er over hoeveel gelijkenis ze in hun mens-zijn vertoonden. Misschien niet helemaal juist maar hopelijk begrijpelijk aangeduid : -- X -- = + + X + = + Sceptici pogen vanuit hun redenering onwaarheden te ontmaskeren, wat positief is. Gelovigen proberen vanuit hun beleving tot waarheidsbesef te komen, wat positief is. Ik ga hierbij uit van gelijkwaardige integriteit van de betrokken personen. Religie heeft met geloof niet zelden NIETS te maken, omdat veel religiositeit voortkomt uit culturele gewoontevorming. Niets wat ik geschreven heb in in welke zin dan ook beledigend bedoeld, ook als dat als zodanig opgevat zou kunnen worden, dat is dan te wijten aan mijn gebrek tot betere verwoording te komen. Daarvoor dan mijn welgemeende excuses.

De 'wetenschapper' en de 'gelovige' staan tegenover elkaar. De wetenschapper blijft zo, totdat de wetenschapper (door een bepaalde ervaring) ook gaat geloven in iets dat niet wetenschappelijk is vastgesteld. En de gelovige blijft zo, totdat de gelovige door een voortschrijdend inzicht zijn geloof opgeeft en kiest voor wetenschap. Dat kan een hele intense stap zijn, een geloof dat vanaf de kindertijd onvoorwaardelijk aanwezig is, gaat niet zomaar weg. Het zijn niet per se verschillende mensen, wel is het zo dat voor een groot deel van de gelovigen een geloof met de opvoeding is meegekomen, en voor de wetenschappers is het vaak zo dat het kritisch denken vanuit de omgeving (opvoeding of maatschappij) is ingegeven. De overbrugbaarheid waar je naar op zoek bent, is te vinden in de ervaring die de personen opdoen in hun leven. Een gelovige kan door slechte ervaringen met kerk en mede-gelovigen opeens een ander inzicht krijgen, een wetenschapper kan door (voor hem onverklaarbare) zaken het inzicht krijgen dat hij het altijd mis heeft gehad.

Volgens mij is het niet of/of/of, maar en/en/en. De accenten en gradaties zullen per persoon verschillen. De afstand tussen gelovigen en sceptici waarover jij spreekt, zal echter blijven bestaan. Deze afstand zal, in welke lengte dan ook, niet volledig overbrugbaar zijn.

Ik heb eens een tv programma gezien, misschien was het zelfs een serie, over de rol van het geloof, maar ik kan het niet meer vinden. De conclusie was dat gelovigen een stofje in hun hersenen hebben wat ongelovigen niet hebben. Blijft het feit dat er niet twee duidelijk te onderscheiden groepen zijn. Er zijn wetenschappers die toch in god geloven. En er zijn atheïsten, die overgaan op het geloof, bij een bepaalde gebeurtenis. Opvoeding en omgeving spelen ongetwijfeld ook een grote rol. En begrip voor elkaar overbrugt de afstand wel.

betekend sceptisch niet twijfel,ikzelf geloof dat er best een god zou kunnen zijn,maar niet als een mens mij dat verteld,want een mens weet het namelijk niet,mocht er ooit een mens komen die het kan bewijzen kan die de sceptici en gelovige bij tot elkaar brengen

Wat ik tot nu toe heb begrepen... Wetenschappers (sceptici) kijken naar de buitenwereld. Gelovers (spiritualisten) kijken naar hun eigen binnenwereld. Wetenschappers willen anderen begrijpen door naar die anderen te kijken. Wetenschappers proberen zichzelf te begrijpen door naar anderen te kijken. Wetenschappers willen de wereld begrijpen door naar de wereld te kijken. Gelovers willen anderen begrijpen door naar zichzelf te kijken. Gelovers willen zichzelf begrijpen door naar zichzelf te kijken. Gelovers willen de wereld begrijpen door naar zichzelf te kijken. Met als geloof dat alles wat er in de wereld gebeurt ook in hunzelf gebeurt. Aangezien zij een onderdeel zijn van diezelfde wereld. Gelovigen zien de dingen die bij hun zelf gebeuren ook gebeuren als zij naar de buitenwereld kijken.

Spirituele mensen vindt je in alle lagen van de bevolking, ook bij wetenschappers, het zou een onderdeel kunnen zijn van hun karakter, zachtmoedig, lieve en rustige mensen, zullen vaker voor het spirituele kiezen dan de gedreven wetenschappers, die geen kans voorbij laten gaan de wetenschap te promoten. Het verschil in intelligentie zal er niet wezen, wel zullen hoogopgeleide mensen eerder een rationele oplossing bedenken, omdat dit beter aansluit bij de wetenschap. De afstand tussen de twee groepen is vrijwel onoverbrugbaar, omdat toegeven aan de andere partij, gezien wordt als een verloochening van hun eigen principes, als een ondermijning van de wetenschap. Toch staan we op het punt van elkaar te gaan leren, het uitleggen van bepaalde gebeurtenissen door de wetenschap aan de ene kant en de spirituele mensen aan de andere kant, zal langzaam minder waarde krijgen, maar zal wel de basis vormen voor geheel nieuwe inzichten. Het algemeen aanvaarde placebo effect, geeft aan dat er mogelijkheden zijn voor genezing , nieuwe inzichten en onderzoeken zijn nodig om er doelgericht mee te gaan werken. De kracht van de geest is ongelooflijk, het zal een totaal nieuwe weg zijn die we inslaan en daarbij zijn de wetenschappers en de spirituele mensen hard nodig, ze kunnen elkaar uitstekend aanvullen. Als we kunnen begrijpen waarom bepaalde mensen genezen, die in de reguliere geneeskunde als niet te genezen worden beschouwd, maakt het totaal niet uit hoe het heet en wie of wat het veroorzaakt, we moeten stoppen met etiketjes op plakken en verder gaan met leren begrijpen waarom sommige dingen gebeuren.

Deze twee groepen kunnen uitstekend naast elkaar leven, mits ze maar geen last hebben van zendingsdrang.

Ze lijken meer op elkaar dan ze zullen willen toegeven, omdat ze geen van beiden volledig open durven staan naar de werkelijkheid. Beiden (blijven ze) zoeken naar verklaringen, willen ze houvast, begrijpen. Angst is de basis voor beide houdingen. Het verschil vormt zich o.a. door opvoeding, omgeving (welke houding krijgt de meeste waardering door de groep) of door wat men wil (onbewuste wil) ontwikkelen (Sommige capaciteiten ontwikkelen makkelijker als je een sceptische instelling hebt en andere capaciteiten ontwikkelen sneller op een gelovige ondergrond).

Als je iets gelooft dan neem je in vertrouwen iets aan waar geen bewijs voor is, immers, als iets bewezen is dan heet het weten in plaats van geloven. (Hoewel veel gelovigen zeggen dat wat zij geloven zeker te weten.) Als je ergens sceptisch tegenover staat, dan twijfel je daaraan, dan weiger je de voorgestelde waarheid te erkennen zolang er geen bewijs voor is. Het is dus onmogelijk sceptisch te zijn tegenover iets dat je gelooft. Het verschil is vergelijkbaar met dat tussen een blinde een een ziende, met dien verstande dat zowel de scepticus als de gelovige zal vinden dat de ander de blinde is. Maar ik denk dat in ieder mens een gelovige huist, dat ieder mens graag een beeld van de werkelijkheid heeft waar hij zich aan vast kan houden. En in iedere gelovige woont een scepticus, sceptisch tegenover alles dat zijn geloof zou kunnen doen wankelen.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100