Verandert de temperatuur als gas verandert in vloeistof?

Als je gas verandert in vloeistof, of omgekeerd, verandert dan ook de temperatuur?

Weet jij het antwoord?

/2500

Als de natuur gas verandert in vloeistof komt er warmte vrij: de condensatiewarmte. Op zonnige dagen verwamt de zon het aardoppervlak. Daardoor wordt de lucht mee opgewarmd en die gaat dan op de warmste plekken opstijgen (thermiek). De stijgende luchtbel koelt bij het omhoog gaan door uitzetting langzaam af (als je hoger komt wordt de luchtdruk lager), en op zekere hoogte wordt in die opstijgende luchtbel door die afkoeling een vochtigheidsgraad van 100% bereikt. Dan begint er wat onzichtbare (tot nu toe gasvormige!) waterdamp te condenseren tot heel kleine wolkendruppeltjes (dus vloeibaar water) en zo ontstaat het begin van een mooi-weer-wolkje (cumulus, een klein bloemkoolwolkje). Bij dat condenseren komt warmte vrij (de condensatiewarmte), en dat heeft als gevolg dat de luchtbel op die plek iets warmer en daardoor relatief lichter wordt dan de omringende lucht. Daardoor wordt de opstijging aangejaagd, en het hangt van de temperatuur en vochtigheidsgraad in de luchtlagen erboven af of het de hele verdere dag bij mooiweerwolken blijft, of dat het proces zichzelf verder kan versnellen zodat na enige tijd een buienwolk met regen en soms zelfs een onweersbui met hevige regen en hagel ontstaat. In zo’n onweersbui speelt dan ook een rol dat er nogmaals een faseovergang optreedt, namelijk van vloeibare wolkendruppeltjes naar vaste stof (sneeuwvlokjes, dus een vorm van ijskristallen). Ook dan komt er ineens weer extra warmte vrij (stollingswarmte). Die sneeuwvlokjes worden door de extra vrijkomende warmte hard omhoog gezogen en groeien door tot hagelkorrels. Die zijn op een gegeven moment zwaar genoeg om tegen de stijgende lucht in te vallen, en ze komen op lagere hoogten in warmere lucht, smelten daarbij gedeeltelijk (en die faseovergang naar vloeibaar water kóst warmte: hou maar eens een smeltend ijsblokje in je hand vast). De omringende lucht moet die smeltwarmte leveren en koelt daardoor af, wordt dus zwaarder en gaat daardoor méé vallen. En onder de wolk probeert het reeds gesmolten water ook nog eens te verdampen: dat kost verdampingswarmte, en dan gaat die lucht nog meer afkoelen en harder vallen. Daardoor kunnen onweersbuien dus eerst krachtige stijgende luchtstromen opwekken en even later tevens heel krachtige valwinden. Die vallende luchtkolommen spetteren op het aardoppervlak alle kanten op, alsof je een emmer leeggooit, en dat geeft heftige windstoten die bomen kunnen doen omvallen en zo.

Bronnen:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Verdampingswarmte
https://nl.wikipedia.org/wiki/Wolk

Ik zie hier verschillende antwoorden, verschillende aanpak. Het kan echter heel simpel. Als je van fase verandert, dus van gas naar vloeistof (of andersom) of van vloeistof naar vast (of andersom) verandert de temperatuur in theorie niet. Dat betekent het volgende: ijs warm je op tot 0 graden. dan voeg je warmte toe om van ijs (0 graden) naar water (0 graden) te gaan. Dan kan je van water (0 graden) naar water (100 graden) gaan. En weer een fase wissel, van water (100 graden) naar stoom (100 graden). Er zijn wat voorwaarden: - dit speelt bij een zuivere stof En praktisch gezien lukt dit moeilijker, maar met een bak ijs en een thermometer kan je dit "experimentje" na doen!

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100