Is de grens tussen een oplossing en een mengsel altijd goed te duiden?

Een oplossing is echter een speciaal soort mengsel. Met andere woorden: je kunt er doorheen kijken. Als een stof goed oplost, bijvoorbeeld in water, dan worden alle moleculen van de opgeloste stof door de watermoleculen uit elkaar gehaald, één voor één. Je krijgt dan losse moleculen van de opgeloste stof die zich regelmatig overal in het water verdelen.
Aldus https://www.innato.nl/index.php?option=com_content&view=article&id=150%3Aoplossingen-en-mengsels&catid=38&Itemid=64

Een mengsel is in de scheikunde een combinatie van twee of meer verschillende chemische stoffen zonder dat daarbij de moleculen hun identiteit verliezen.
Aldus https://nl.wikipedia.org/wiki/Mengsel

Als ik dit zo beschouw, dan kunnen aparte moleculen zowel een oplossing vormen als een mengsel.
Dus stel ik heb een oplossing/mengsel (?) waarbij er hele grote moleculen apart rond zweven (bijv. DNA moleculen) terwijl het niet helder wordt, is het dan een oplossing of niet?
Of net andersom je hebt een oplossing/mengsel die helder is, maar waarbij er twee of meer moleculen aan elkaar blijven. Is dat dan een oplossing of niet?

Of hangt alles weer af of er een reactie plaatsvindt waarbij atomen/moleculen/elektronen worden gesplitst, en of het dan helder is of niet dat er dan toch sprake is van een oplossing?

Weet jij het antwoord?

/2500

nee, maar er zijn wel eigenschappen van een mengsel die een oplossing niet hoeft te hebben, en andersom. Bij een oplossing is altijd sprake van minstens 1 vloeistof; is er geen vloeistof, dan ook geen oplossing. Maar een mengsel zonder vloeistof kan heel goed: zo kunnen we een mengsel van zout en zand maken, en een van poedersuiker en zwavelbloem. De chemische eigenschappen zijn onveranderd en het mengsel is te scheiden door 1 van de componenten op te lossen in water en daarna droog te dampen. Veelal gebeurt bij een stof in oplossing iets dat in een mengsel niet gebeurt: de opgeloste stof splitst zich in ionen, zoals dit bij zouten gebeurt. natuurlijk niet bij alle stoffen: een suikeroplossing heeft geen ionen. Ook in een mengsel van zout en zand zal het zout geen ionen vormen.

Een oplossing is ook een mengsel. Een oplossing onderscheid zich van andere mengsels omdat een oplossing homogeen is. Een oplossing kan daarbij zowel vast als vloeibaar zijn. Doorheen een oplossing heen kijken kan alleen wanneer men ook door het oplosmiddel in zuivere vorm kan heen kijken. Om het even welke stof je in water oplost bijvoorbeeld zal een helder mengsel opleveren. Maar denk bijvoorbeeld weer aan een vaste oplossing: men kan niet door metaal kijken ook niet bij een legering waar er een andere stof in het metaal is opgelost. Een mengsel dat niet helder wordt is dus ofwel een heterogeen mengsel en dus geen oplossing of is een oplossing met een oplosmiddel dat in zuivere vorm ook niet helder is. Blijven er in een helder mengsel meerdere moleculen aan elkaar hangen dan zou ik dat beschouwen als een mengsel van 2 mengsels. Je hebt een mengsel van een verzadigde oplossing enerzijds en de euh... niet-opgeloste opgeloste stof anderzijds. Wanneer de oplossing niet verzadigd is dan zal de situatie niet lang zo blijven en zal de stof verder oplossen (het oplossen gaat dan sneller dan omgekeerd) of: er zullen meer moleculen uitkristalliseren. In dat opzicht is het een beetje zoals verdampend water: is de lucht boven het water verzadigd dan zullen er evenveel watermoleculen verdampen dan condenseren. Is de lucht boven het water niet verzadigd dan zullen er nog steeds moleculen condenseren maar minder snel dan dat er moleculen verdampen. Als er geen water meer over is en er gaan twee watermoleculen aan elkaar hangen zal dat nooit lang duren. Herhaal dit verhaal met een opgeloste stof in een oplossmiddel ipv water in contact met de lucht en je volgt een gelijkaardig principe. In waterige oplossingen kunnen zaken op verschillende manieren oplossen: zouten splitsen in ionen, bepaalde stoffen zijn polair en lossen goed op in een polaire stof als water en gassen lossen op in water omdat ze de neiging hebben om zich over waterfase en gasfase te verdelen en dat afhankelijk van de dampspanning (zie de wet van Henry). Merk ook op dat bij een oplossing het oplosmiddel en de opgeloste stof steeds dezelfde fase hebben. Een mengsel dat uit 2 verschillende fasen bestaat kan namelijk nooit homogeen zijn.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100