Zijn alle elektronen even lang?

Als ze in hun schil ronddraaien zit er dan verschil in lengte per atoomsoort of per schilniveau?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Bij de vraag hoe lang een elektron is, kunnen we ook denken aan de de Broglie-golflengte. Deze is afhankelijk van de snelheid van het elektron, en aangezien niet alle elektronen dezelfde snelheid hebben, zou het antwoord kunnen luiden: nee, niet alle elektronen zijn even lang, want verschillende elektronen hebben een verschillende de Broglie-golflengte.

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Hypothese_van...

Een elektron heeft geen lengte, een elektron heeft een afmeting. Die afmeting is in ieder geval kleiner dan 10^-22 meter. Je hebt het echter over elektronen rond een atoom. Die draaien niet in een schil rond; dat is het klassieke beeld, waarin een atoom bestaat uit elementaire deeltjes die we als een soort "harde bollen" zien. Het kwantummechanische beeld is heel anders. In het kwantummechanische beeld zijn elektronen een soort staande golven rond de atoomkern. Die staande golven worden afgebeeld in de vorm van orbitalen. Afhankelijk van de "schil" (in het klassieke beeld) ziet zo'n orbitaal er heel anders uit, van een eenvoudige bolvorm tot een complexe structuur. De vraag hoe groot een elektron is, heeft in dit beeld geen betekenis. Het enige dat we kunnen zeggen is hoe een orbitaal eruit ziet.  

Bronnen:
http://en.wikipedia.org/wiki/Atomic_orbital
http://en.wikipedia.org/wiki/Electron

Wat een moeilijke vraag... en ik heb er toch een half uur moeten op doordenken, voor ik durfde antwoorden. Ik twijfel dan ook tussen een aanvulling op Cryo en Thecsis die als een van de weinigen doorhebben dat de wetenschap zichzelf continu tegenspreekt bij alle veronderstellingen, maar waag me toch aan een wiskundiger antwoord: Vraag = "Zijn alle elektronen even lang? - per atoomsoort - per schil" Ik start weer met koper: Aan de ene kant duwen de elektronen en aan de andere kant van de massa ontsnappen ze weer. Einsteins speciale relativiteitstheorie kennen we onder E = m.c², E = energie, m = massa, c = lichtsnelheid. Dus massa = vierkante lichtsnelheid over energie. Dit geldt voor normale massa's maar niet voor piepkleine massa's en Einstein had snel door dat het probleem begint bij het naderen van de lichtsnelheid. Al wat een massa heeft en 'rond' een grote massa draait, volgt eenparig rechtlijnige beweging en van daaruit de middelpuntvliedende kracht. Dit kan gewoon niet dus een elektron draait NIET rond een kern, want met Pi zie je dat die... dan sneller dan het licht zou. Elektronen draaien niet, ze 'WORDEN' (zijn?). Vandaar de algemene rel.theorie waarj Einstein na m.c² + correcties plaatst om de energiegrootheid juist te bepalen. Of die formule uitlegt wanneer de massa naar 0 gaat (lichtsnelheid²= oneindig groot bji massa=0 en je komt op de golftheorie uit waarbij fotonen dan wel massa-deeltjes zijn of niet). Als de elektronen elektriciteit 'fysisch' mogelijk maken (in + duwen tegen materie = uit andere kant), dan MOETEN ze een massa hebben. En massa=lengte. Maar hier houdt het begripsvermogen al op: De prentjes tonen elektronen per schil en per atoomsoort maar dat is 100% fictie (het onvindbare gravion ooit vinden/afleiden, kan soelaas brengen). Maar doordat ze dit aan lichtsnelheid moeten doen vanuit de formule, kan er net geen massa=lengte zijn. De oplossing is dus: Bij elektronen is lengte een combinatieeingschap van 'zijn' incl. wat ik 'verplaatsingseigenschap' noem (bewegingsgestalte). En die samen zou constant moeten zijn. Naargelang de 'verplaatsingseigenschap' hebben ze dus eigenlijk een andere 'lengte', 'diepte'... waarbij de tijd de derde dimensie vormt. In elke fysische voorstelling 'WORDT' de elektron per schil een andere lengte. In werkelijkheid 'ZIJN' ze identiek (even lang).

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100