Hoe bereken je de pH als je 0.15 mol/L waterstofcloride hebt?

Ben me gemaakte scheikunde examen aan het nakijken of ik het goed heb gemaakt. Maar hier kwam ik niet uit...

Weet jij het antwoord?

/2500

Omdat waterstofchloride (zoutzuurgas) in water volledig in ionen omgezet wordt is de pH de negatieve logaritme( toets log in en NIET In) van de waterstofionenconcentratie. Moeilijker is het in dit geval niet. Denk er om dat vrijwel alle andere zuren ook een dissociatieconstante hebben, vooral meerwaardige zuren (zoals H3PO4). Bij 0.15 molaire oplossing van zoutzuur hoef je geen rekening te houden met verdampend zoutzuurgas, wat bij sterkere zoutzuuroplossingen WEL het geval is. Zolang de zoutzuuroplossing niet naar zoutzuur stinkt (een overigens ZEER giftig gas) geldt gewoon pH = -log [H3O+]. De chlorideionen hoef je in dit geval NIET mee te nemen in je berekening. Toegevoegd na 12 minuten: Omdat een sterke zoutzuuroplossing wel 12 mol/l kan zijn zul je tot je verbazing zien dat de pH ONDER nul kan komen, iets wat je vooral ziet gebeuren met sterke zwavelzuuroplossingen omdat die ook nog eens twee waterstofionen (protonen) per molecule afgeeft. Dit extreem sterke zuur ioniseert ook in de tweede trap(zowat) volledig. Je kunt dan in de praktijk zien wat in theorie niet zou kunnen, , immers de pH schaal loopt van 0-14, in de praktijk echter loopt hij verder. Bij zoutzuur (rokend 36%) zie je de pH richting de -1 gaan omdat 12n zoutzuur bestaat, (vanwege zijn eenwaardigheid is dat ook 12 molair. boven de 1% zoutzuur(daar zit je met 0.15n(of molair in dit geval) daar boven en moet je bij zeer nauwkeurige analyses de hogere dichtheid tov water soms meenemen.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100