Waarop steunt het behoud van atoomsoorten ?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

De stabielste atoomsoorten hebben een geschatte halfwaardetijd van 10^30 jaar. Deze stabiliteit wordt ontleend aan de gunstige verhouding tussen de afstotende kracht van de protonen en het zwaartekrachtveld wat protonen EN neutronen veroorzaken. Omdat deze krachten op zulke geringe afstanden werken (een atoomkern heeft gemiddeld een diameter van ongeveer 1/50 000 van de diameter van het atoom) zijn gemiddeld genomen de kernen van elementen met weinig kerndeeltjes stabieler dan de hele groten , deze zijn vaak instabiel en/of hebben veel natuurlijke istotopen. Maar ook bij het eenvoudigste atoom gaat het al snel mis wanneer isotopen bestan, Waterstof is (extreem) stabiel en Deuterium ook . Met tritium gaat het al fout, dat is een waterstofatoom met twee neutronen extra. Deze is instabiel en heelt een halfwaardetijd (zo uit het hoofd) iets van slechts 10 jaar. Dus speelt de verhouding tussen protonen en neutronen een belangrijke rol. Omdat het heelal ongeveer 14 miljard jaar oud is (1.4X10^9 haar en de stabielste atomen een "levensduur" hebben die geschat wordt op 10^30 jaar hoeven we ons dus over de levensduur van stabiele elementen geen zorgen te maken. De meeste lichte elementen zijn stabiel, alsmede veel zware, de allerzwaarste atomen zijn instabiel, alhoewel dat meestal komt door isotopen, uraan 238 heeft een enorme vervaltijd en is daarom behoorlijk stabiel terwijl hel lichtere tecnetium geen "soort" kent welke stabiel is. Het heeft dus alles te maken met de kern, hoe stabiel deze is opgebouwd, hoe meer protonen er in zitten , hoe in verhouding vaak meer extra neutronen nodig zijn om de boel bij elkaar te houden, daarom is U 235 instabiel en stek radioactief terwijl zijn zwaardere broer (of zus) U 238 nauwelijks radioactief is. Plat gezegd komt het er op neer of de knikkers (de kerndeeltjes) mooi vastliggen of de afstotende kracht die protonen onderling hebben door de neutronen door hun gravitatieveld niet genoeg in bedwang kunnen houden. met stalen kogeltjes en even grote ronde nedyniummagneten is dat enigszins na te bootsen alhoewel de gravitatie dan vervangen is door de bipolaire magneten. Daarmee aan het spelen zag ik "voorkeuren van rangschikking" ontstaan die door verplaatsen van een of enkele spelers instabiel werd. Niet het mooiste voorbeeld maar wel aanschouwelijk. De electronen die met 1/100 C ongeveer om de kern draaien beinvleden de kern niet.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100