Hoe komt vuur aan een kleur

Zoals bij hout geel en bij gas blauw waarom krijgen ze die kleur?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Het geel van een vlam zijn gloeiende koolstofdeeltjes. Die zijn er alleen als er geen volledige verbranding is. Het blauw of soms beetje groen is de kleur van de volledige verbranding van koolwaterstoffen, waar nog een kleine verontreiniging van metalen in zit. Die metalen verbranden dan ook en dat geeft een beetje die kleur. Pure alcohol (methanol) verbrandt bijna kleurloos.

Dat heeft te maken met de hoeveelheid zuurstof die bij de vlammen kan. Een gaspitje heeft volledige ontbranding en is blauw, een haardvuur heeft onvolledige verbranding en is geel.

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Verbranding#V...

De kleur geel komt door roetdeeltjes die verbranden, dit kan varieren van rood tot bijna wit. Er zijn ook nog andere kleuren die je zou kunnen onderscheiden bij verschillende branden, bijvoorbeeld groen bij verbranding van chloor (zit ook in pvc).

Bij een gaspit heb je allemaal van die gaatjes in die pit. Die heb je zodat er meer zuurstof bij kan komen en de verbranding beter verloopt. Bij hout kan er niet genoeg zuurstof bij komen om het hout volledig te verbranden, wat je bij een gaspit wel hebt. Een kenmerk van een volledige verbranding (in dit geval de gaspit) is dat het een blauwe kleur hebt. Bij een onvolledige verbranding (bij hout) is een klein deel volledig, maar grotendeels onvolledig bij volledige verbranding ontstaat: koolstofdioxide en water. Bij onvolledige verbranding ontstaat voornamelijk koolstof (roet) en koolstofmonoxide. en nog een klein deel koolstofdioxide.

Waarom een bepaalde stof bij verbranding een bepaald kleur vuur geeft, is niet te verklaren. Het is gewoon zo vastgelegd en achterhalen zal ons nooit lukken waarschijnlijk

Door het toevoeren van warmte door de reactie die het vuur geeft worden elektronen van gassen die zich in het vuur bevinden naar een hogere 'schil' gebracht. Een schil is een vaste 'baan' van electronen om de kern van een atoom heen, maar ook weer geen vaste baan, vandaar de beschrijving schil. Het terugvallen van electronen naar hun oorspronkelijke schil, want het zich bevinden in een hogere schil is geen stabiele situatie, geeft het specifieke licht wat je ziet. Dan kan ook door de gassamenstelling (mengsel) een mengeling van kleuren zijn. Dat is dus hoe licht door vuur wordt afgegeven, maar het werkt al net zo b.v. in een TL-buis, of een natriumlamp langs de weg. In dat geval is het geen hitte maar een elektrische ontlading die de elektronen in een hogere schil brengt. Natrium geeft een specifieke geel/oranje kleur, en dit licht is monochromatisch. Dat wil zeggen van één bepaalde golflengte en dus kleur. Zo hebben veel gassen hun eigen kleur die ze afgeven bij het bovenbeschreven proces.

@basmeyer heeft een uitstekend antwoord gegeven. Maar daarop nog iets doorgaand: Er zijn twee heel verschillende principes waarop die kleur van een vlam ontstaan: door de temperatuur van de vlam en door een elctronensprong in de atomen die in de vlam kunnen optreden. Het eerste principe geldt o.a. doordat koolstofdeeltjes in de vlam gloeien, maar ook doordat materialen steeds warmer worden: je weet wel van roodgloeiend (heel warm maar niet op z'n allerwarmst) via oranje, geel naar witgloeiend. Uit de kleur kan je de temperatuur van het materiaal in de vlam of de lamp vaststellen. Maar dat andere principe is wat moeilijker te begrijpen. Door een hoge temperatuur of door een ander principe, waardoor de atomen sterk door elkaar geschud worden, komen elektronen in de buitenste schil van het atoom in een hogere energiebaan. Maar omdat die toestand niet stabiel is valt dat electron terug in de "normale"energiebaan en daarbij wordt de overtollige energie uitgestraald - in de vorm van licht. De hoeveelheid energie van zo', terugvallend electron heeft een vaste hoeveelheid per soort atoom en daardoor kan je die energie aflezen door nauwkeurig de kleur te bepalen. Die kleur geeft dus een nauwkeurige weergave van de energie-niveaus in de atomen. Zo heeft elk atoom een specifieke kleur of kleuren, en zo kan je de soorten atomen - zèlfs op grote afstand - bepalen. Zo kan je bepalen welke soorten atomen een ster - dus op heel grote afstand - bevat. Dit laatste principe hoeft dus niet veel warmte uit te stralen: het is dus een heel ànder principe. Het is géén verbranding (waarbij atomen een chemisch proces aangaan) maar een natuurkundig proces. Het vindt - zoals @basmeijer ook al zei behalve bij de zon en bij sterren op grotere afstand, ook plaats in TL- en neonbuizen. Daarin vindt géén verbranding plaats, want er is geen zuurstof aanwezig in die buis. Maar ook als je een beetje kalium of natrium op een stukje draad (dat dus niet aan de chemische reactie mag deelnemen) houdt, treedt dat tweede principe op: dat noemt men wel de vlamreactie van bijv. kalium (paars) Van natrium is dat geel: dezelfde kleur die je bij bepaalde straatverlichting ziet. Maar die kleur LIJKT ook sterk op het gloeien van de kooldeeltjes, die dus door de chemische reactie ontstaat. Vandaar de verwarring. De kleur van een ster bestuderen door het spectrum ervan te bestuderen werkt dus ook op heel grote afstand. Je kunt er zèlfs de afstand en de snelheid van een ster mee bepalen (doppler-effect)

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100