Hoe kan het dat een vloeibare stof uitzet wanneer het afkoelt/bevriest en een vaste stof krimpt wanneer het afkoelt?

bij natuurkunde/scheikunde zijn we bezig met experimenten. met die experimenten zijn we erachter gekomen dat vloeibare stof uitzet wanneer je het in de vriezer zet en dat vaste stof juist krimpt wanneer het afkoelt. maar nou vroeg ik me dus af waarom dat eigenlijk zo is. zo iemand mij dat kunnen uitleggen, alsjeblieft?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Dat een vloeistof uitzet bij koeling is alleen bij water tussen 0 en 4 graden zo, vrijwel alle ander vloeistoffen KRIMPEN bij afkoeling, daarom kun je kwik en alcohol in termometers gebruiken maar water niet (goed). Water heeft een aantal specifiek andere eigenschappen dan andere vloeistoffen, waarin het zich onderscheidt van het normale gedrag van (andere) vloeistoffen. Toegevoegd na 17 minuten: Het heeft te maken met het dipoolkarakter van water, waardoor het zich onder de 4 graden "voorbereidt " op de te vormen kristalstructuur, je zou dus kunnen zeggen dat water , nog vloeistof zijnde, beneden 4 graden een voor- rangschikking voorbereidt om in de stollingsfase kristallen te vormen die een veel geringere dichtheid heeft als water zelf. De dipolen kronkelen als water boven de 4 graden op bepaalde manieren door elkaar heen omdat het zowel een aantrekkende als een afstotende kant naar elkaar toe heeft (de plus en min kanten trekken elkaar aan maar hebben te weinig grip op elkaar om zich goed vast te houden, komen de plus polen en/od de minpolen bij elkaar in de buurt dan stoten die elkaar af, water beweegt zich dus minder vrij en willekeurig dan andere vloeistoffen. Een gevolg is dat de bovenkant van het water een vlies vormt die we als oppervlaktespanning ervaren en die tot het dragen van insecten en ander licht materiaal in staat is. Je zou dus kunnen zeggen dat water een jasje heeft van een laag die lijkt op vaste stof maar dit niet is. Beneden de 4 graden neemt om een zekere afstand tot elkaars moleculen te bewaren, de dichtheid af om na veranderd te zijn in ijs , een nog veel geringere dichtheid te krijgen, de aantrekkende- en afstotende werking van de watermoleculen kan zich dan maximaal manifesteren. Water is dus een heel bijzondere vloeistof die zich niet aan bepaalde gangbare natuurkunderegels houdt.

Dat komt puur door het water wat in de vloeistof zit, 99% procent van de stoffen word kleiner als het kouder word en groter als het heter word, alleen gaat water tegen de draad in/. water word trouwens ook kleiner als het kouder word, tot 4 graden celsius, dan wordt het weer groter. Toegevoegd na 18 minuten: Maar wat zie jij als vaste stof? is gesmolten ijzer geen vloeistof, en ijs een vaste stof?

Alle stoffen, vaste en vloeibare, krimpen tijdens het afkoelen. Er is maar een uitzondering en dat is water. Stoffen nemen in de vaste fase minder ruimte in beslag dan in de vloeibare fase. In de vaste fase zijn de moleculen sterker aan elkaar gebonden en nemen minder plaats in beslag. Water is een van de uitzonderingen. Dit komt door de bijzondere kristalstructuur die de watermoleculen vormen als ijs ontstaat. Daardoor zal ijs meer ruimte in beslag nemen dan dezelfde massa water. Zonder dit bijzondere effect zou er waarschijnlijk geen leven op aarde zijn ontstaan omdat het drijvende ijs de bodem van meren en zeeën beschermt tegen verdere bevriezing.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100