Bestaat er een (rechts)filosofische stroming die ervan uitgaat dat intrinsiek slechte mensen niet besaan?

Ik doe wetenschappelijk onderzoek naar de manier waarop de hedendaagse samenleving aankijkt tegen (een bepaalde categorie van) misdadigers. Ik beschouw een en ander vooral vanuit misdaadpsychologisch oogpunt. Maar ik ontkom er uiteraard niet aan om het ook deels rechtsfilosofisch te beschouwen.

Ik herinnerde mij een oud fragment met mr. Max Moszkowicz sr., waarin hij betoogde dat intrinsiek slechte mensen niet bestaan. Volgens hem is de mens van nature minder slecht dan men denkt. Iemand die een daad pleegt die tegen de menselijke natuur indruist, moet volgens hem ziek zijn.

Mijn vraag: bestaat er een (rechts)filosofische stroming die uitgaat van hetgeen Moszkowicz in het onderstaande fragment betoogt?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Of er filosofen zijn die denken dat de mens intrinsiek goed zijn/goed handelen durf ik niet met zekerheid te zeggen, maar er zijn wel filosofen die aansluiten bij dhr. Moszkowicz' opvatting dat iemand die slecht handelt ziek moet zijn en tegen haar eigen natuur in gaat. De eerste filosoof die ik noem is Immanuel Kant. Hij meende dat wat 'goed' en 'slecht' is afhankelijk is van logische wetten waar iedereen toegang doorheeft. Als ik wil weten of ik iets moet doen of nalaten kan ik mijzelf de vraag stellen of "ik zou kunnen willen dat iedereen handeling x zou uitvoeren." Hierbij gaat het om kunnen willen, en niet om of ik het graag zou willen of niet. Kan ik bijvoorbeeld willen dat iedereen zou liegen? Nee, want dan worden de begrippen 'waarheid' en 'leugen' lege begrippen, ze zouden hun betekenis verliezen. De logische wetten negeren en alsnog liegen zou tegen mijn natuur ingaan. Ook als ik denk dat ik in een bepaalde situatie moet liegen (als bijvoorbeeld de Nazi's vragen of ik Joden in huis verberg) dan mag ik alsnog niet liegen - dan zou ik toegeven aan een soort bedorven moraliteit. Ik moet dus altijd dicht bij de logische wetten en bij de rede blijven, anders zou mijn handeling een contradictie zijn met mijzelf. De tweede filosoof is Aristoteles. Hij meende dat alles een doel had, en het doel van de mens is door een redelijk wezen te zijn (zoön lógon égon). Binnen de ethiek kunnen we redelijk zijn door deugden te verwerven, oftewel de 'gulden middenweg'. Neem twee extremen (bijvoorbeeld hebzucht en alles weggeven) en neem iets wat ongeveer in het midden zit (gul zijn). We moeten door training en sociale interactie die deugden verwerven, zodat we redelijke wezens kunnen worden. Iemand die geen deugden zou willen verwerven omdat hij ze bijv. als niet-noodzakelijk ziet is 'ziek', en heeft een soort stoornis, en handelt tegen haar eigen natuur in. Ook iemand die zich teveel laat leiden door emoties en verlangens zou een stoornis hebben, omdat de mens van nature juist redelijk moet zijn. Als wij netjes ons doel zouden vervullen zouden we perfecte deugdzame wezens zijn die volledig in overeenstemming met onze natuur leven. Het zijn van een deugdzaam persoon is ook de enige manier om echt geluk (eudaimonia) te krijgen. Ik heb hierbij voornamelijk de ethiek van beide filosofen uiteengezet, en niet de rechtsfilosofie. Echter, beide filosofen hebben ook hun eigen rechtsfilosofie, ik zal wat bronnen daarvoor toevoegen.

Bronnen:
http://www.iep.utm.edu/aris-eth/
http://www.iep.utm.edu/kantview/#H5
https://plato.stanford.edu/entries/kant-so...

Ik interpreteer de vraag hier op twee manieren: Enerzijds in die zin dat er stromingen zijn die zeggen dat de mens noch slecht noch goed is (en in die zin dus ontkennen dat er geen intrinsiek slechte mensen. Het humanisme is hier een voorbeeld van. Anderzijds dat de mens (positief gesteld) intrinsiek goed is waarmee de mens dus niet intrinsiek slecht is. Voorbeelden hiervan zijn het Aristotalisme, confucianisme en de filosofische stromingen uit de Romantiek alla Rousseau. Ook het marxisme heeft een positief mensbeeld maar deze zou ook bij de eerste catergorie geplaatst kunnen worden. In dat verband kan hierbij ook nog een ander onderscheid worden gemaakt: "Rousseau zei toen dat het fundamenteel ethische beginsel van zijn filosofie is dat de mens van nature goed is en dat geen oorspronkelijke perversiteit of zonde bestaat in de menselijke natuur. Tot zover is dat nog een stelling waar ook verlichtingsdenkers als Voltaire zich in zouden kunnen herkennen. Verlichtingsdenkers meenden echter dat voor het realiseren van het goede cultuurarbeid nodig was. De menselijke natuur had als potentie goedheid in zich, maar die zou moeten worden ontwikkeld door wetenschap, door zelfdiscipline. Men zou de wetenschap moeten ontwikkelen om cultuur te vormen. Maar bij Rousseau ligt dat dus anders: het goede is gegeven, de beschaving brengt het kwaad in de wereld." http://www.rug.nl/education/scholierenacademie/studieondersteuning/profielwerkstuk/alfasteunpunt/subjects/onderwerpen/filosofie/normenwaarden '

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100