Wat begrenst een ééncellige? Als je maar 1 cel groot bent, kan je geen huidje hebben, want dat zijn heel veel cellen.

Dus wat houdt een ééncellige bij elkaar?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Hallo!! ik weet niet waar de vorige antwoorder zijn 'kennis' vandaan heeft, maar het slaat nergens op. Cel celinhoud wordt van de buitenwereld gescheiden door een laag. Deze laag heeft uit een zelfde soort samenstelling als vet: het zijn lipiden, lange ketens. Met dit verschil dat de laag een DUBBELE laag, en daarom heet het ook wel een lipide-bilaag. De reden dat de laag zo goed voor scheiding kan zorgen is doordat de lipiden op een bepaalde manier zijn gerangschikt. Lipiden bestaan uit een geladen 'kop', en een neutrale 'staart'. Chemisch/physisch heeft de kop meer affiniteit voor water (= hydrofiel) en de staart juist geen affiniteit met water (= hydrofoob). Daardoor zijn alle lipiden in de lipide-bilaag op dezelfde manier georiënteerd: de koppen naar buiten, en de staarten naar binnen, ofwel met de koppen naar aan de ene kant het waterige milieu met opgeloste stoffen, in de cel dat we kennen als cytoplasma, en anderzijds naar het waterige milieu buiten de cel. De lipide-bilaag vormt de begrenzing, houdt de cel bij elkaar, en vormt dus tevens de barriere met 'buiten de cel'. Deze zelfde lipide-bilaag zorgt er in zenuwcellen voor dat de potentiaal kan worden vastgehouden, en op andere plaatsen zorgt de laag ervoor dat ATP kan ontstaan door het pH-verschil over de membraan (bij mitochondriën). Je ziet dus dat elke cel een membraan heeft, maar ook cel-organellen als de kern (alleen in hogere cellen dus die een celkern hebben, niet in bv bacteriën), mitochondriën, lipsosomen enzovoorts. Het mooie is dat de lipide-bilaag door zijn structuur en geladenheid voorkomt dat er een vrije uitwisseling is tussen 'binnen' en 'buiten'. Ingebed in de bilaag zijn bepaalde eiwitten die kunnen zorgen voor de transport van bepaalde stoffen van binnen naar buiten of juist andersom, voor het doorgeven van signalen (hormonen of andere messengers) of juist er alleen maar 'inliggen' om als vlag te dienen met uitgebreide structuren, die we kennen als anti-genen. Zo weet het immuun-systeem van het lichaam dat deze cel erbij hoort en niet moet worden aangevallen. Alle cellen hebben zo'n lipide-bilaag. Zelfs amoeben, bacteriën, virussen en ook 'dode' cellen als de rode bloedlichaampjes en bloedplaatjes. De membraan vormt een wetenschappelijk studie-object op zich en er is veel over bekend, maar ook nog steeds veel onduidelijk. Is dit een antwoord op je vraag?

Eencellig betekend eact datL: Dat het een diertje is dat uit een cel bestaat. De 'celwand' houdt het diertje bij elkaar. Deze is gemaakt van eiwitten http://www.google.com/images?oe=UTF-8&gfns=1&q=eencellig+dier&um=1&ie=UTF-8&source=univ&ei=3iE0TIqZCZWgOILZkJcC&sa=X&oi=image_result_group&ct=title&resnum=4&ved=0CDYQsAQwAw Toegevoegd na 4 minuten: Het is tyrtouwens geen echte celwand, zoals bij planten, maar meer een taaie koek van eiwitten en/of cellulose: Elke protozoë heeft één of meer kernen. Het meest naar buiten gelegen cytoplasma (ectoplasma) is veelal gelatineus (gel) en betrekkelijk doorzichtig, in tegenstelling tot het meer naar binnen gelegen endoplasma, dat vloeibaarder is (sol) en een gekorrelde structuur vertoont. De structuur van het cytoplasma is sterk afhankelijk van milieuomstandigheden, zoals osmotische waarde, temperatuur en pH. De celwand kan dun en elastisch zijn, als bij de amoeben; vaak is de celwand echter een verdikte membraan (pellicula) en hij bestaat meestal uit tectine. Vele Zweepdiertjes hebben een wand van cellulose. Ook wordt wel kalk (bij Foraminiferen) of kiezel (bij Radiolaria) in de wand afgezet.

De cel zelf.

Elke ééncellige heeft een begrenzing die we celmembraam noemen; deze bestaat voornamelijk uit lipiden. Daarnaast hebben sommige cellen nog een tweede omhulsel daar om heen: de celwand. Het soort cellen met een celwand noemen we plantaardige cellen. Daaronder vallen ook bacteriën en schimmels. Hiervan zijn er die naast het celmembraam en de celwand nog een extra membraam hebben. Om het helemaal ingewikkeld te maken bestaan er ook bacteriën die geen celwand hebben, maar een verstevigd soort celmembraam.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100