Hoe kan het dat iedereen verschillend DNA heeft maar toch iedereen dezelfde eiwitten heeft?

Ik bedacht mij deze vraag tijdens het leren voor een biologie toets. Misschien een hele domme vraag maar ik kan het antwoord niet bedenken.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het DNA genoom bestaat uit vele boeken, en die weer uit vele hoofdstukken, en die weer uit vele paragrafen, en die weer uit vele zinnen. De DNA verschillen tussen de mensen zijn minimaal. Het grootste deel van het DNA dient voor de celstofwisseling. Dat is in alle levende wezens hetzelfde. 50% delen we zelfs met de hyacint. Een klein beetje maakt ons tot een zoogdier (walvis, paard, muis, etc). We hebben 98% DNA gemeenschappelijk met de chimpansee. Etc.

Het grootste deel van ons DNA is gelijk (aan dat van andere mensen), en het grootste deel van de eiwitten ook. De verschillen komen door: 1. Stukken DNA dat niet codeert voor eiwitten (zgn junk DNA) en conservatieve mutaties (ander DNA resulteert nog steeds in hetzelfde eiwitten). 2. Stukken DNA die wel degelijk zorgen voor andere eiwitten. Dat zorgt er dan ook voor, dat we allemaal net een klein beetje anders zijn. Bruine of blauwe ogen, bloedgroep A, B of 0. Gezond of hemofilie, etc etc etc.

Je vraag bevat een verkeerde aanname, namelijk dat wij allemaal dezelfde eiwitten hebben. Wij hebben allemaal dezelfde soorten eiwitten, maar niet EXACT dezelfde eiwitten. DNA codeert eiwitten, dus verschillen in DNA leiden tot verschillen in de eiwitten, en het zijn juist die subtiele verschillen tussen de eiwitten wat ons allemaal anders maakt. Deze kleine, subtiele verschillen in de eiwitten van twee willekeurige personen verklaren ook waarom een getransplanteerd orgaan vaak uitgestoten wordt . Als ik een nier van je krijgt, mijn immuunsysteem zal de eiwitten in jouw nier toch als vreemd beschouwen, ondanks het feit dat het om dezelfde soorten eiwitten gaat, en fel hiertegen reageren met fatale gevolgen. Verschillen in eiwitten kunnen zich uiten niet alleen in de sequentie van de aminozuren, maar ook in de driedimensionale structuur van twee eiwitten die qua aminozurensequentie identiek zijn. Deze worden door de immuunsysteem toch als 'anders' aangezien, en dit kan leiden tot een immune reactie. Laatste voorbeeld: twee identieke tweelingen hebben (bijna) precies dezelfde DNA, dus ook (bijna) precies dezelfde eiwitten, vandaar ook dat ze (bijna) probleemloos bloed of een orgaan aan elkaar kunnen doneren. Tussen vader en zoon zijn de verschillen iets groter, dus de kans op uitstoot ook groter, en tussen twee wilde vreemden zijn de verschillen veel groter, en ook de kans op uitstoot.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100