Kan een getransplanteerd orgaan worden afgestoten door zowel antistoffen of cytotoxische t-cellen?

Weet jij het antwoord?

/2500

Organen als nieren, beenmerg, alvleesklier, hoornvlies, hart en longen worden nu vaak getransplanteerd. Het risico bij een transplantatie van een orgaan is de mogelijke afstoting ervan. Dit gebeurt als leukocyten van de acceptor de antigenen op de cellen van het donororgaan als lichaamsvreemd herkennen en deze cellen aanvallen. Er worden drie vormen van afstoting onderscheiden: hyperacute afstoting, acute afstoting en chronische afstoting. Bij hyperacute afstoting wordt het getransplanteerde orgaan binnen enkele minuten afgestoten. Dit wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van antistoffen bij de ontvanger gericht tegen donorantigenen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als de donor andere AB0-bloedgroepantigenen heeft dan de ontvanger. Hyperacute afstoting wordt voorkomen door voorafgaand aan de transplantatie cellen van de donor samen te brengen met serum van de ontvanger. Worden de donorcellen afgebroken dan kan de transplantatie niet doorgaan. Bij een acute afstoting wordt het transplantaat na enkele dagen tot enkele weken na de transplantatie afgestoten. Waarschijnlijk wordt deze afstoting in gang gezet door T-cellen. Ze zien lichaamsvreemde MHC-receptoren op cellen van het transplantaat als een vreemd antigeen. Het gevolg is dat T-helpercellen de B-cellen activeren om zich te delen en te ontwikkelen tot antistofproducerende plasmacellen. Bovendien zullen Tc-cellen deze donorcellen vernietigen. Bij een chronische afstoting vindt gedurende enkele maanden een geleidelijke beschadiging van het transplantaat plaats. Antistoffen spelen hierbij een rol. De oorzaken van deze afstoting zijn nog onduidelijk.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100