Hoe kan het dat mensen die bloedgroep AB hebben, bloed kunnen ontvangen van mensen die bloedgroep A hebben met antistof B?

Want, die antistof B, maakt dan toch de B van bloedgroep AB kapot?

Weet jij het antwoord?

/2500

Bij het doneren van bloed worden de antistoffen gefilterd. Deze wordt uit het te doneren bloed gehaald. Je eigen antistoffen houd je nog wel natuurlijk, en daar is ook niks aan te veranderen. O wordt wel de universele donor genoemd, en AB de universele ontvanger. O is altijd heel veel op voorraad in ziekenhuizen (Dat terwijl er dus eigenlijk anti A en B in zat) omdat het aan iedereen gedoneerd kan worden. Iemand met AB kan altijd bloed ontvangen, ongeacht het type.

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Bloedgroep

Bij het doneren van bloed doneer je volledig bloed. Dit bloed wordt vervolgens in een centrifuge gestopt waardoor er een scheiding ontstaat tussen het bloedplasma en rode bloedcellen. Het plasma is eigenlijk bloed zonder bloedcellen (dus met alle voedingsstoffen en initieel antilichamen e.d.). Uiteindelijk beschikt het ziekenhuis dus over enkel rode bloedcellen, de zogenaamde Packed Cells, en over bloedplasma (er zijn ook nog bloedplaatjesconcentraten voor de volledigheid maar dat is verder irrelevant). Vroeger als iemand een bloedtransfusie nodig had werd er volledig bloed gedoneerd. Tegenwoordig is dat niet meer zo, er worden Packed Cells gebruikt, dus exclusief de rode bloedcellen worden getransplanteerd. In deze Packed Cells zitten geen antistoffen. Je komt dus eigenlijk helemaal niet in aanraking met de donor zijn antistoffen. Dus alleen je eigen antistoffen zijn van belang. Aangezien iemand met bloedgroep AB noch anti-A, noch anti-B bevat kan deze prima rode bloedcellen ontvangen van iemand met bloedgroep A, B en O. Je hebt helemaal gelijk dat anti-B het antigen B op AB kapot zou maken, maar in een hedendaagse bloedtransfusie zitten er geen antilichamen in het concentraat van de transfusie. Waar je ook aan moet denken is de Rhesus bepaling. Rhesus is gewoon de naam voor een structuur op het celmembraan, als deze aanwezig is is iemand Rh+ en als deze niet aanwezig is, is iemand Rh-. Als iemand met Rh- bloed, Rh+ bloed krijgt zal dit ook zorgen voor een reactie en zorgen voor agglutinatie. Iemand die Rh+ is kan bloed ontvangen van Rh- en Rh+. Maar iemand die Rh- is, die kan alleen bloed ontvangen van Rh- donor. Dus voor de volledigheid: O Rh- is de universele donor en AB Rh+ is de universele ontvanger.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100