Hoe krijgt men een man met de hamer? (twee theorieën)

Er zijn twee verschillende man met de hamer 's. Twee theorieën gelden er hierover.

1. Men krijgt een man met de hamer en dit komt doordat dit het punt is waarop de glycogeen voorraden in het lichaam zowat leeg zijn Je schakelt van glycogeen naar vetverbranding. Dit komt doordat je hersenen het signaal geven alle suikers juist te bewaren als brandstof voor de hersenen. Dit werkt zo in het lichaam, omdat de hersenen alleen op suiker kunnen overleven, niet op vetverbranding. De overgang naar vetverbranding heeft als gevolg dat de totale energie afneemt, op dit moment kan je letterlijk niet meer je tempo blijven volhouden, laat staan versnellen. Dit hele proces noemt met dus ook wel een man met de hamer.
2. Tijdens de verbranding komen afvalstoffen als melkzuur vrij, melkzuur trekt vocht aan waardoor je spieren opzwellen en branderig aanvoelen. Je hersenen geven een signaal aan het lichaam om te stoppen met bewegen.

Nu wil ik graag weten welke theorie er hiervan klopt? Ik heb beide theorieën via het internet gevonden en beide sites leken betrouwbaar, nu vroeg ik me af welke theorie het vaakst voorkomt/het meest betrouwbaar is.

Weet jij het antwoord?

/2500

Hmm, beide zijn niet waar in mijn optiek. Maar de tweede is het dichtst bij het ware mechanisme. Vetzuurverbranding vindt feitelijk al vanaf minuut 1 plaats, als er maar genoeg zuurstoftoevoer is, in combinatie met een beperkte energie vraag van de spieren. Een duurtraining is er als het ware op gericht om de vetverbranding (de lever!) te maximaliseren, zodat je daar vanaf het begin maximaal gebruik van kan maken, en er zo lang mogelijk op kan teren in een wedstrijd. Een te grote energievraag zorgt ervoor, dat de spieren overgaan van aerobe verbranding naar anaerobe verbranding, en dat doet de spier niet met vetten maar met suikers. Als er te weinig zuurstof wordt toegevoerd, vindt onmiddellijk anaerobe verbranding plaats ook bij relatief lage inspanning, wat ook leidt tot toename van melkzuur. Voor de spiercontractie is iedere keer een ionentransport benodigd, van binnen naar buiten de cel, en ondersom. Dat gaat altijd zonder beperking (zeer snel dus), totdat de spier verzuurt. Het zure milieu verstoort de ionen transport over de celmembraan, waardoor de spieren niet meer adequaat reageren op een stimulans. Dat kunnen de grote spieren lang compenseren, doordat de vezels elkaar als het ware helpen. Maar op een zeker moment is ook voor de grote spieren de grens bereikt en ontstaat een onwillige spier. Het is geen kramp, maar eerder een soort beginnende verlamming. Ga je vervolgens door in een te hoog tempo, dan zal kramp ontstaan. Als je hierover wilt lezen, is Biochemistry van Stryer et al een aanrader.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100