Hoe komt het dat sommige fossielen gevonden zijn met voedsel ( andere dieren ) in hun mond?

Als dit proces heel langzaam zou zijn verlopen, en het miljoenen jaren heeft gekost voordat iets is gefossiliseerd, hoe kan het dan er tal van dit soort fosielen worden gevonden?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Beesten die fossileren zijn normalitair beesten die op plekken terecht komen waar nauwelijks micro-biologische activiteit is; Denk aan zuurstof arme modderbodems ed. Dus een beest dat sterft aan de vangst van een net te grote prooi, die in een dergelijke situatie afzinkt, kan fossileren. Fossileren duurt wel lang, maar het stervern van de dieren staat hier los van.

Dieren die net aan het eten waren toen ze werden bedolven onder as uit een vulkaan, fossiliseerden na verloop van tijd. Fossielen vormen zich bij afwezigheid van zuurstof. Onder een dikke laag as is vrijwel geen zuurstof, dus kunnen de organismen onder de as fossiliseren.

Er worden niet "tal van" dit soort fossielen gevonden. Althans, niet als je het ziet in vergelijking met het totaal aantal fossielen dat wordt gevonden. Slechts een enorm klein percentage van alle fossielen was net bezig met het verorberen van een prooi toen de dood toesloeg. Nu komen juist die gevallen extra in het nieuws. Ten eerste natuurlijk vanwege de nieuwswaarde: zo'n vondst heeft een hoger "voorpagina-gehalte" dan het zoveelst gewone fossiel. Ten tweede omdat ook serieuze wetenschappers juist zulke fossielen extra aandacht geven. Dit is namelijk de enige manier om echt *bewijs* te krijgen van de voedselketen van lang geleden - zeg maar een 'heterdaadje'. Maar goed, hoe kan dat dan? De jager moet heel snel zijn gestorven. Dat kan op een aantal manieren gebeuren. Het meest voor de hand liggend is een natuurlijke catastrofe. Een modderlawine bijvoorbeeld - modderlawines komen zowel onderzees als op het land voor. Ook vulkaanuitbarstingen vallen in deze categorie. Dieren kunnen plotseling sterven door schokgolven, of door gloedwolken (pyroclastische stromen), zoals bijvoorbeeld in Pompeii is gebeurd. Denk verder nog aan aardbevingen, blikseminslagen, omvallende bomen, lawines, steenlawines - genoeg mogelijkheden om plotseling en volkomen onverwacht te sterven. Een andere manier is, wanneer een jager zijn prooi achtervolgt, en alleen nog maar op zijn prooi let. Daardoor kan hij zichzelf klemzwemmen (vis in rotsspleet) of klemrennen (dier in rotsspleet). De jager heeft dan net de prooi gevangen, kan vervolgens zelf nergens meer heen, en sterft. Zeker bij dieren die hun prooi niet meer kunnen uitkotsen, bijvoorbeeld vanwege de vorm van het kaakgewricht of vanwege de naar binnen gerichte stand van de tanden, kan de prooi alleen nog maar naar binnen - of blijven zitten. Sommige dieren kunnen niet achteruit lopen of zwemmen. Als zo'n dier tijdens de jacht in een smalle grot terechtkomt, is de jager ten dode opgeschreven. Tot slot is er nog de mogelijkheid dat de prooi bijvoorbeeld een giftige staartstekel heeft. Eet de jager de prooi op, dan wordt het gif in de maag onschadelijk gemaakt. Gaat er iets mis bij het opeten, dan kan de prooi nog net een steek geven - waarop de jager enkele seconden later sterft. Je ziet, mogelijkheden te over waarop dit kan gebeuren. Feit blijft, dat het - logischerwijs - slechts een zeer gering percentage van alle fossielen betreft.

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Pyroclastische_stroom

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100