Gaat de stelling op, dat de natuur soorten niet onder druk zet zich aan te passen, maar veranderingen binnen soorten duldt of tolereert?

Ik heb op school geleerd dat het evolutionaire proces werkt volgens de mechanismen: variatie, overerving en druk. Deze laatste klopt volgens mij niet: een soort heeft te weinig tijd om zich aan veranderingen in zijn omgeving te passen, het overleeft omdat het zich reeds heeft veranderd in (toevallig?) de goede richting. Moeder natuur duldt of tolereert een verandering, geeft er a.h.w. punten voor. Een 5,4 betekent uitsterven, een 6 min overleven en een hoger cijfer groot succes met veel exemplaren.

Weet jij het antwoord?

/2500

Je boek spreekt over selectiedruk, denk ik. En dan klopt het wel: 10.000 zaadjes en 9.999 overleven niet. De selectiedruk is op de eigenschappen die het beste passen bij de omstandigheden die op dat moment gelden. Maar zoals jij het verwoordt klopt ook; Een andere manier van formuleren.

Een soort heeft meestal niet te weinig tijd om zich aan te passen. Omdat klimaat veranderingen op nogal grote schaal zijn en daardoor heel langzaam. Ook muteren wij snel, een nieuwgeborene heeft zo'n 60 nieuwe genen (mens). Helemaal toevalig zijn deze mutaties niet. O.A. UV straling zorgt voor een hoop mutatie, dan hebben we nog crossing over enzovoort. Maar deze dingen zijn wel willekeurig. Toevalig in de goede richting klopt niet, we muteren namelijk in alle richtingen, maar vanwege de druk om te overleven overleven alleen de goede richtingen. De stelling gaat dus niet op, anders zouden we net zo goed niet kunnen veranderen. Dat met de cijfers snap ik niet helemaal.

Voor evolutie moet er binnen een populatie variatie zijn, die fenotypische variatie moet gekoppeld zijn aan genotypische variatie. En de fenotypische variatie moet gekoppeld zijn aan fitness (=het aantal nakomelingen dat een organisme krijgt)

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100