reageert en gen op een veranderde leefomgeving dmv mutaties of muteert het gen constant?

Bij natuurlijke selectie kan een mutatie van het gen leiden tot een betere aanpassing aan een veranderde leefomgeving.
Zal het gen alleen bij een veranderende leefomgeving, als reactie hierop, mutaties gaan 'uitproberen' waarvan de meest succesvolle dan gaat domineren?
Of muteert het gen constant, ongeacht of de leefomgeving verandert?
Ik wil dus eigenlijk weten of het gen een soort van 'gedrag' vertoont, dat reageert op de leefomgeving.
Of dat er willekeurig mutaties plaatsvinden.. Waarvan er dan een kan leiden tot een gen dan beter in de nieuwe omgeving past.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

een mutatie is eigenlijk niets meer dan een toevalligheid, een speling der natuur. stel nu dat je de mutatie albino bent ergens in het midden van de voedselketen, en leeft op een open vlakte. de kans dat je een prooi zal vangen omdat je niet opgemerkt wordt is een heel stuk kleiner dan de kans dat je soortgenoten een prooi vangen die wel over een schutkleur beschikken. je zal dus minderhard groeien, een beperkter voedselaanbod hebben, minder sterk zijn, minder weerstand hebben en bovendien zelf sneller ten prooi vallen aan een roofdier wat hoger staat in de voedselketen. zou je als albino nu moeten vechten in de paartijd is de kans bijzonder groot dat je het af moet leggen tegen je soortgenoten met het standaard vachtkleur. als je dus al overleeft, en je voort kan planten heb je 2 keer enorm veel geluk gehad, maar is het nog niet zeer dat je je genen doorgeeft en mocht dat het geval zijn dan is het de kans of je nakomelingen het wel gaan redden. ben je nu een katachtige die een andere mutatie heeft (er is een hormoontje op hol geslagen bv) , waardoor een stuk sterker en groter bent dan je soortgenoten) dan liggen je kansen heel anders. je bent sneller (spierkracht) vangt meer, bent gezonder, krijgt meer kans om je voort te planten, plant je ook vaker voort en er is dus een kans dat er nakomelingen zijn die je erfelijk eigenschappen hebben (simpel uitgelegd, ga hier dus niet verder in op autosomaal dominante of recessieve overerving die x of y gebonden kunnen zijn of de andere mogelijkheden hierin) waar het dus in feite op neer komt is natuurlijke selectie. een bepaalde eigenschap kan heel nuttig zijn, of het kan je kansen keren en funest zijn. het is dus een kans berekening waarbij de sterkste overleven, dus waarbij je oa door de erfelijke eigenschappen de meeste kans maakt om te overleven en je soort (met 'nieuwe') eigenschappen in stand kan houden. zo kan het zijn dat dieren steeds sneller worden, of een landdier in zee gaat leven. wie weet is het bij de zee zoogdieren ooit begonnen met een vergroeide voorpoot die handig leek uit te pakken in droge tijden

Genen muteren constant. Deze mutaties kunnen positief of negatief uitpakken. Genen reageren niet op een veranderende leefomgeving. Wel kunnen bepaalde invloeden van buitenaf, zoals bv radioactieve straling mutatie tot gevolg hebben. Halverwege de 20e eeuw was er een wetenschapper Lysenko in de Sovjet Unie die de leer verkondigde dat organismen onder bepaalde omstandigheden zich konden aanpassen en deze aanpassingen genetisch konden doorgeven aan hun nakomelingen. Heel simpel gezegd: Als je graan in een te koud gebied kweekt, past het zich op een gegeven moment aan. Deze nakomelingen zullen dan beter tegen de kou kunnen. Deze Lysenko en zijn gedachtegoed pasten in het straatje van het Sovjet regiem en werden als waarheid beschermd, en wetenschappers die anders beweerde werden de mond gesnoerd. Hierdoor zijn er veel oogsten mislukt en had dit veel doden als gevolg. Pas jaren later werd erkend dat deze theorie onzin was.

Een gen muteert constant. Dit staat in principe los van de leefomgeving. In een stabiele leefomgeving zal er dan ook weinig evolutie plaatsvinden omdat de best aangepaste mutatie automatisch de dominante zal zijn en blijven. Mutaties hierop vinden wel plaats, maar worden nooit dominant omdat zij niet beter zijn aangepast aan de leefomgeving. Op het moment dat de leefomgeving verandert dan is het tot dan toe dominante gen misschien niet meer het best aangepaste en zal het terrein verliezen. Een mutatie die zich in de oude situatie niet goed kon ontwikkelen zal zich in de nieuwe situatie mogelijk wel goed ontwikkelen waardoor dragers van dit gen steeds vaker overleven en zich succesvoller voortplanten. Dit zal ten koste gaan van de minder goed aangepaste dragers. Na een periode waarin deze trend zich voortzet zal het andere gen dominant worden. Samenvattend: mutaties vinden doorlopend plaats, maar zij worden slechts dominant als zij beter aangepast blijken te zijn aan de veranderde omgeving. Toegevoegd na 2 uur: Aanvullend heb ik nog wat bronnen gezocht om mijn bewering te ondersteunen. Dit zegt wikipedia over genmutatie: “Door mutaties kunnen nieuwe allelen en genen ontstaan, waardoor de erfelijke eigenschappen van een organisme veranderen.” En: “Door middel van natuurlijke selectie kunnen gunstige mutaties zich door een populatie verspreiden, en wordt de verspreiding van ongunstige mutaties tegengegaan.” En : “ In het Luria-Delbrück experiment (1942) werd aangetoond dat mutaties toevallig plaatsvinden, onafhankelijk van natuurlijke selectie.” Dit betekent dat mutaties dus normaal gesproken spontaan optreden (onafhankelijk van natuurlijke selectie), maar als het een mutatie is die succesvol blijkt te zijn dan treedt het mechanisme van natuurlijke selectie in werking.

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Mutatie_(biologie)

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100