Waarom geeft aardse verstrooing meer licht en 'kosmische' verstrooing minder licht?

300.000 jaar na de oerknal verbonden de elektronen zich met de protonen (en neutronen) om vervolgens waterstofatomen mee te vormen. Het aantal vrije elektronen werd daardoor aanzienlijk verminderd.

De theorie luidt dan dat de fotonen na recombinatie minder werden verstrooid door de elektronen waardoor het heelal doorzichtig werd.

Nu vind er ook verstrooing plaats in onze atmosfeer van zonlicht door de luchtmoleculen en creeert daarmee hoofdzakelijk een blauwe lucht. Ik vermoed dat als zonlicht niet zou worden verstrooit door luchtmoleculen het er op aarde wat donkerder zou uitzien (zoals bijv. op Mars).

Maar waarom geeft aardse verstrooing nou meer licht en 'kosmische' verstrooing minder licht?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Kosmische verstrooiing zoals die "kort" na de Oerknal plaatsvond geeft niet minder licht. Bij deze kosmische verstrooiing blijft de hoeveelheid licht constant. Alleen wordt dat licht continu verstrooid, zodat het niet rechtdoor kan gaan, en je dus niets zou kunnen zien. Zie het als een dichte mist met fel licht. Toen de elektronen en de nucleonen zich verbonden, werd het licht veel minder verstrooid. Licht kon toen wel rechtdoor gaan. Vanaf dat moment kon je dus dingen zien. Ook aardse verstrooiing veroorzaakt geen verandering van de hoeveelheid licht - hooguit doordat een deel van het licht de ruimte in wordt verstrooid en dus nooit het aardoppervlak zal bereiken. Afgezien daarvan zorgt aardse verstrooiing slechts voor een herverdeling van het licht. Zonder verstrooiing zou de zon wat feller zijn, en zou de rest van het hemelgewelf zwart zijn.  

Het zijn twee verschillende vormen van verstrooiing. Op het moment dat na de oerknal protonen en elektronen zich binden en hoofdzakelijk waterstof en een deel heliumatomen en nog wat ander grut vormen wordt het heelal doorzichtig. Dat komt omdat fotonen niet meer continue met elektronen interacteren en veel meer vrijbaan hebben. Zie dat als volgt; je verlaat de Amsterdam Arena na een uitverkocht concert. Binnen het stadion is het schuifelen maar zodra je de uitgang uit bent ligt het plein voor je open en kun je gewoon doorlopen (de metafoor is niet helemaal vergelijkbaar met de werkelijkheid maar het gaat om het idee). De verstrooiing van licht door de atmosfeer komt door Rayleighverstrooiing. Dit is verstrooiing die ontstaat als licht botst op deeltjes die kleiner zijn dan de golflengte van het licht. Mars kent ook Rayleighverstrooiing maar gezien de andere samenstelling van de atmosfeer domineert daar geel-rood. Ik denk dat als er geen Rayleighverstrooiing zou zijn zou de lucht donkerder zou zijn maar de objecten waar de zon op zou schijnen feller zouden oplichten. Omdat het hier om twee heel verschillende verschijnselen gaat is een vergelijking niet mogelijk.

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Rayleighverstrooiing

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100