Hoe kan het dat we altijd de zelfde sterrenhemel zien?

De aarde draait om zijn as en om de zon, maar we zien altijd dezelfde sterren. Als we op dit moment aan de andere kant van de zon zouden zijn, dan zou dat toch een totaal ander sterren patroon moeten zijn. Wie kan mij dat uitleggen?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Wij kunnen nooit de onderste kant van de sterrenhemel zien. De aarde draait wel, maar alleen om haar as. Boven blijft altijd boven en beneden altijd beneden. Als je naar dit filmpje kijkt, begrijp je het beter. http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20060208_dagennacht01 Toegevoegd na 5 minuten: Vanaf 1 minuut 35 zie je duidelijk dat waar wij wonen, we nooit de onderkant van de sterrenhemel kunnen zien.

Als we aan de andere kant van de zon zijn, zien we inderdaad andere sterren dan nu. Op dit moment is bijvoorbeeld het sterrenbeeld Orion prachtig te zien. Orion is een echt wintersterrenbeeld. Als je elke nacht om dezelfde tijd kijkt waar Orion staat, zie je dat Orion zich heel langzaam verplaatst. Over een half jaar is Orion dan ook niet zichtbaar: Orion staat dan ongeveer achter de zon, en zou dus overdag zichtbaar zijn als de zon niet zo in de weg zou staan. Wat jij waarschijnlijk bedoelt, is dat we *enkele* sterrenbeelden het hele jaar door kunnen zien. Denk bijvoorbeeld aan de Grote Beer en de Kleine Beer. Dat we die sterrenbeelden wel het hele jaar door kunnen zien komt doordat die ver in het noorden staan - en doordat wij op het noordelijk halfrond wonen. Sterrenbeelden die in het noorden staan staan "dwars" op de verbindingslijn tussen aarde en zon. Daardoor kunnen die sterrenbeelden nooit achter de zon verdwijnen zoals Orion dat juist wel doet. Wat je wel ziet als je elke nacht op hetzelfde moment naar zo'n noordelijk sterrenbeeld kijkt is dat zo'n sterrenbeeld heel langzaam rond de noordpool (in dit geval: rond de Poolster, Polaris) draait. Als de Grote Beer vandaag "rechtop" staat, zal hij over precies een half jaar dus "op zijn kop" staan.

Ik neem aan dat je bedoelt, dat de Aarde om de Zon beweegt, en dus een half jaar later aan de andere kant van de Zon is, zo'n 300 miljoen km verder op. Om vervolgens weer naar het oude plekje terug te keren. De Aarde maakt zo een schommelbeweging, gezien vanaf grote afstand. Als je met je hoofd heen en weer beweegt, zie je meer diepte in de verte. Je ziet dus kleine verschillen. En dat is met de Aarde dus ook zo. Door foto's van een half jaar verschil, met elkaar te vergelijken, kunnen sterrenkundigen de afstand van de Aarde tot de nabije sterren berekenen. Hoe meer zo'n ster beweegt, hoe dichterbij hij staat. Dit verschijnsel heet parallax. Door goed waar te nemen, zie je dus meer verschijnselen. Ook is het zo, dat een mens maar een beperkt waarnemingsvermogen heeft. Ons blikveld is beperkt. Naar mate wij ouder worden, verruimt dit zich (enigszins).

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100