Hoe wordt bepaald of een ster (relatief) klein is en dichtbij, dan wel juist groot, maar erg ver weg (en daardoor klein lijkend) ?

Het zal ongetwijfeld neerkomen op razend ingewikkelde berekeningen die bijna niemand kan volgen, maar kan iemand dit bondig uitleggen ? In kindertaal ?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Voor nabijgelegen sterren geldt: Parallax: houd een vinger gestrekt voor je, sluit één oog, en dan het andere, en je ziet de achtergrondobjecten iets verschuiven ten opzichte van je vinger. Door hier een berekening op los te laten gebaseerd op de afstand tussen je twee uitgangspunten (in geval van een half jaar op aarde, zo'n 300 Gm), en de waargenomen verschuiving ten opzichte van de achtergrond, kun je de afstand tot aan het object berekenen. De exacte formule weet ik niet uit m'n hoofd, maar was dacht ik niet al te ingewikkeld. Sommige sterren zijn helderder dan anderen, en naarmate de sterren verder van je af staan worden ze relatief minder helder. Omdat de wetten van luminositeit ons zeggen dat de helderheid van het licht kwadratisch met de afstand afneemt, kunnen we dan de intrinsieke luminositeit van de sterren berekenen. Stop deze gegevens in een tabel, en je krijgt het patroon dat in de link aangegeven staat. De gemaakte tabel kun je vervolgens gebruiken om verdere sterren te classificeren volgens dezelfde methode. Hierbij doen we voor he gemak de aanname dat de wetten van het universum ook daadwerkelijk universeel zijn, en dat deze zich dus op dezelfde manier ontwikkelen. Tot nog toe is er geen informatie bekend die aanduid dat dit een onjuiste aanname is; hoe ver we ook terugkijken in het verleden (afstand=tijd), zwaartekracht en licht lijkt zich constant hetzelfde te gedragen. Als je dan lokaal een behoorlijke sample hebt, kun je op zoek naar de afstanden van verder gelegen objecten als andere sterrenstelsels. Hiervoor gebruik je standaardkandelaars als bijvoorbeeld Type IA supernovae, en Cepheïde variabelen, waarvan de intrinsieke helderheid bekend is, afhankelijk van een paar factoren (voor de variabelen zijn dit bijvoorbeeld de snelheid waarmee de helderheid schommelt). Je kunt ook gebruik maken van roodverschuiving. Als je de helderheid van sterren weet, kun je aan de slag met het uitzoeken van de grootte. Dit is gerelateerd aan de luminositeit, omdat hetere sterren helderder licht afgeven, en grotere sterren relatief koeler zijn. Aan de samenstelling van een ster kun je afleiden in welke fase van ontwikkeling deze zich bevind, omdat de samenstelling een indicatie geeft over de type kernfusie die op dat moment plaatsheeft. Je kunt de massa (en dus de grootte) berekenen op basis van zwaartekrachteffecten. Dit alles bij elkaar zou dezelfde kant uit moeten wijzen, waardoor je uiteindelijk een behoorlijk kloppend model krijgt.

Bronnen:
http://en.wikipedia.org/wiki/Hertzsprung-R...

Deze vraag is nog ingewikkelder dan de vorige blijkt uit de navolgende uiteenzetting die ik voor je heb gevonden. Wederom in het engels geschreven door Bjorn Feuerbacher in 2003

Bronnen:
http://www.talkorigins.org/faqs/astronomy/...

De grootte van een ster meet men af aan de luminositeit (= het aantal watt dat de ster uitstuurt)Die is afhankelijk van de temperatuur en de oppervlakte van die ster. Als je de luminositeit en de temperatuur kent, ken je dus de oppervlakte en ook de straal. De luminositeit kan bepaald worden als men de afstand tot de ster kent. De temperatuur haalt men uit het spectrum. Afstanden bepalen in het heelal is niet eenvoudig. Het is een soort ketting waarbij men eerst de afstanden tot dichtbijgelegen objecten moet bepalen voordat men verderaf gelegen objecten kan meten.

Bronnen:
astroforum

ga eens een keer kijken bij de sterrenwacht bij U in de buurt

Bronnen:
Ervaring

Als je sterren bedoelt die ver weg staan in een ander sterrenstelsel , dan hoort het volgende er ook bij: Er wordt ook gerekend met roodverschuiving. In de theorie van het heelal wordt gerekend met het idee dat het heelal groter wordt . Daardoor zullen erg ver weg gelegen sterrenstelsels versneld van ons af bewegen. Omdat die versnelling toeneemt , treedt er een dopplereffect op , de kleuren in het spectrum van het licht verschuiven . ( Een doppler effect ontstaat ook bij geluidsgolven, als een ambulance voorbijrijdt hoor je de sirenes lagere tonen geven, dit komt door de snelheid van de ambulance ten opzichte van de luisteraar . Dit is een geluids - doppler effect . ) Door het dopplereffect in het uitgestraalde licht ontstaat een kleur met wat meer rood en wat minder blauw. Door de kleuren van ver weg gelegen sterrenstelsels te splitsen door een prisma of een raster, kan men zien hoe veel verschuiving het licht heeft ondergaan naar rood, en daarmee berekenen hoe lang het sterrenstelsel al van ons af beweegt . Door deze gegevens te combineren met lichtsnelheid komt men op een afstand van de aarde . Het is wel zo dat deze roodverschuiving alleen merkbaar is bij ver weg gelegen sterrenstelsels. Voor sterren in de Melkweg ( ons eigen sterrenstelsel ) , is deze verschuiving in het rood niet waarneembaar.

Bronnen:
wiki + eigen kennis

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100