Duidelijke uitleg over de werking van een rivier graag. Hoe ontstaat die? En waarom blijft deze maar stromen?

Dat een rivier onstaat in de bergen weet ik.. maar waarom juist daar? daar kan regenwater/ ijswater toch ook gewoon de grond in, net zoals op het platteland

Weet jij het antwoord?

/2500

Rivieren kunnen ontstaan uitbronnen natuurlijke bronnen die constant water geven. Ook ontstaan rivieren door gletsjers smeltwater. Aangezien de rivieren van hoog naar beneden lopen lopen ze alle naar de zee.

Als regen op een helling valt, glijdt het water door de zwaartekracht als een dunne film naar beneden. Je kunt dat goed zien op een hellende weg tijdens een hevige regenbui. Het water oefent voldoende kracht uit om kleine bodemdeeltjes mee te nemen. De ondergrond slijt daardoor langzaam af, een proces dat erosie wordt genoemd. Hoe snel en diep de bodem erodeert, hangt af van de snelheid van het water en de weerstand van het oppervlak. Die weerstand wordt bepaald door de samenstelling van de ondergrond. Zo heeft klei een hogere weerstand dan zand, zandsteen een hogere weerstand dan het asfalt waaruit onze wegen zijn gemaakt, en hard gesteente zoals basalt een hogere weerstand dan het relatief zachtere zandsteen. In een niet al te harde, uit losse deeltjes opgebouwde, of goed oplosbare ondergrond kan stromend water een geul graven. Zo'n geul is lager dan het omliggende terrein, waardoor er nog meer water doorheen zal stromen met als gevolg dat de geul steeds dieper en breder wordt. Het begin van een rivier is ontstaan. Bij voldoende regenval zullen in de buurt ook andere geulen ontstaan. In het begin zijn dit nog kleine beekjes, maar omdat water altijd naar het laagste punt stroomt, zullen ze zich steeds meer verenigen in grotere stroomgeulen. Uiteindelijk zal al het water in het afwateringsgebied (stroomgebied) samenkomen in één grote stroom: de rivier. Het stroomgebied beslaat het gebied van de bron, hoog in de bergen, tot het eindpunt van de rivier: de zee of een meer. Het water dat de eerste beekjes vormt, kan van regen afkomstig zijn. Er ontstaat dan een regenrivier - zoals de Maas - die een afvoerpiek heeft na een periode van veel regen. Bij de Maas is dat de winter. Een rivier kan ook gevoed worden door smeltende sneeuw en ontdooiend gletsjerijs. Zo'n smeltwatergevoede rivier - zoals de Rijn - heeft een hogere waterstand in de lente. Dan begint immers de sneeuw in de bergen te smelten. Doordat de Rijn ook door regen wordt gevoed (met name in de herfst) heeft deze rivier een veel constantere watervoering dan de Maas, die het uitsluitend moet hebben van regenwater.

Bronnen:
http://www.geologievannederland.nl/landsch...

Een rivier verzamelt water over een bepaald gebied, dat het stroomgebied wordt genoemd. In bergketens zul je dus zien dat de ene helling van de berg afwatert in het ene beekje en de andere helling in het andere beekje. Alle beekjes bij elkaar vormen dan een rivier. De hoofdstroom is dan (per definitie) de langste route en de rest van de vertakkingen vormt de zijtakken van de rivier. Het is dus mogelijk dat twee beekjes uiteindelijk weer in dezelfde rivier afwateren, maar het kan ook zijn dat water dat in de Andes op de ene berghelling valt via een korte rivier in de Stille Oceaan uitkomt en het water van de andere helling de enorme route van de Amazone volgt naar de Atlantische Oceaan. De smalle richel tussen de hellingen vormt dan de scheiding tussen twee stroomgebieden. Het regenwater valt op de grond en meestal dringt het dan een stuk de bodem in. Aan de voet van de berg komt het dan weer omhoog en dan vormt het een bron. Veel neerslag valt ook in de vorm van sneeuw en die sneeuw kan in het voorjaar smelten of de sneeuw blijft liggen, wordt steeds meer samengeperst en vormt een gletsjer. Afhankelijk van het klimaat en de afstand kan de gletsjer als een ijsrivier naar zee vloeien, of de gletsjer smelt ergens in de bergen waardoor er ook een bron van een rivier ontstaat. In gebieden met kalkrijke rotsen verdwijnt het regenwater vaak tussen de rotsen en lost dan het kalksteen op, zodat er grote grotten met onderaardse rivieren worden gevormd. Door heveleffecten is het dan zelfs mogelijk dat het water stukjes omhoog stroomt.

Een rivier is een waterstroom die vanzelf is ontstaan. Dat is het verschil met een kanaal. Een kanaal is door mensen gegraven. Rivieren eindigen in de zee of in een meer. Je hebt rivieren die ontstaan door regen. Die noem je een regenrivier. Er valt dan ergens heel veel regen. Zoveel dat de grond het niet aankan. Het water stroomt weg en wordt een slootje. Er ontstaan meer slootjes en als die samenkomen worden ze één waterstroom: de rivier. Je hebt ook rivieren die ontstaan door smeltend ijs. Hoog in de bergen is het vaak koud. Daar heb je veel sneeuw, ijs en gletsjers. Gletsjers zijn hele grote dikke lagen ijs. Gletsjers schuiven langzaam de berg af. Ze smelten. Het smeltwater kan een rivier worden. Dit noemen we gletsjerrivieren. Rivierwater, regendruppels, de zee, waterdamp, het heeft allemaal met elkaar te maken. Water wordt eigenlijk steeds opnieuw gebruikt door de natuur. Door de klimaatverandering regent het steeds meer en harder. Via een slootje eindigt het water in een rivier, en de rivier eindigt in de zee. Als de zon het zeewater verwarmt ontstaat er waterdamp die opstijgt. Hoog in de lucht koelt de waterdamp af en wordt het een wolk met regendruppels. De wolk waait naar het land toe. Als de wolk bijvoorbeeld een berg tegenkomt moet hij omhoog. De lucht is daar nog koeler, en het gaat vervolgens regenen of sneeuwen. Het water komt op het land terecht en gaat via riviertjes of door de grond weer terug naar de zee. Water maakt dus steeds hetzelfde rondje. Dit noemen we de waterkringloop.

Bronnen:
http://www.schooltv.nl/weekjournaal/onderw...

Zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Rivier

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100