Waarom moet je zinnen kunnen ontleden (MBO) en wat is het nut er van?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Voor de gewone dagelijkse communicatie in je moedertaal hoef je geen zinnen te kunnen ontleden. Zinsontleding is *wel* nodig voor officiële communicatie in je moedertaal, en voor het goed leren van een andere taal. Om bij het eerste te beginnen: als je een goede, foutloze sollicitatiebrief wilt schrijven, heb je veel nut van kennis van de juiste zinsopbouw. Ook voor het opstellen van een contract of een onderlinge overeenkomst moet je zinnen kunnen produceren die (juridisch) correct zijn. Zonder kennis van zinsontleding zou je kunnen schrijven "Honden kunnen kiespijn hebben, net als ons", zonder de fout te zien. Je hebt ook kennis van zinsopbouw nodig om het grote verschil te snappen tussen de volgende twee zinnen: --  De man die daar loopt heeft mijn fiets gestolen. --  De man, die daar loopt, heeft mijn fiets gestolen. Of neem de volgende twee aankondigingen: --  Slagerij Derksen verhuist --  Slagerij Derksen verhuisd Beide zijn goed - maar ze betekenen iets heel anders! Ook voor het leren van andere talen moet je zinnen kunnen ontleden. Neem Duits: --  Der Hund beißt der Mann.    (fout) --  Der Hund beißt den Mann.   (goed) --  Den Hund beißt der Mann.   (goed) --  Den Hund beißt den Mann.   (fout) Van de vier zinnen zijn er twee grammaticaal correct. Die twee correcte zinnen betekenen echter beide iets heel anders. Je ziet: kennis van zinsontleding is op z'n minst heel nuttig, en vaak zelfs onontbeerlijk.

Je moet zinnen kunnen ontleden om de zin goed te kunnen begrijpen. Het nut ervan is dat je zelf een grammaticaal correcte zin kunt vormen, wat je weer goed kunt gebruiken bij het schrijven van bijvoorbeeld sollicitatiebrieven. Als jij grammaticaal correcte zinnen gebruikt worden je brieven serieus genomen, zo niet dan belandt jouw brief al gauw in de prullenmand.

Voor het leren van een vreemde taal (of Nederlands als tweede taal) is het heel praktisch om handvatten te hebben. Door te kijken naar hoe je eigen taal in elkaar zit, wordt het gemakkelijker om gebruik te maken van de overeenkomsten tussen alle talen. Bij ontleden geef je aan dat je snapt wat de functie van elk zinsdeel is, wat de relatie tussen de zinsdelen is. In een zin combineer je de betekenissen van woorden. Als je in een vreemde taal alleen de woorden kent voor hond, bijten en man, moet je iets weten van zinsbouw om duidelijk te maken dat de hond bijt of dat de man bijt: Iemand doet iets met iemand/iets. Je weet dog, bite, man, hoe je dan uiteindelijk tot de zin The dog is bitten by the man komt, die je bij de dierenarts (of bij de psychiater) uitspreekt, dat is een lang traject. Grammatica kan daarbij een hulpmiddel zijn.

Zie hierboven. En om een andere taal te kunnen leren.

Om zelf goede zinnen te kunnen maken.

Ga er maar van uit dat je allang in staat bent om goede zinnen te maken. En begrijpen doe ze in vrijwel alle gevallen ook wel. Zelfs vreemde talen leer je sneller op straat dan op school. Dus in die zin (;-)) zou je zonder grammatica kunnen. Wanneer je taal opschrijft blijkt dat je in de gesproken taal voortdurend variaties aanbrengt, zinnen aan elkaar knoopt en vergissinkjes maakt die voor de lezer verwarrend zijn. Daar komt de behoefte aan grammatica vandaan. Wie kennis heeft van grammatica kan veel taalfouten vermijden – maar lang niet alle. Er zijn heel wat teksten grammaticaal goed maar inhoudelijk rommelig of zelfs – zoals in die goede oude tijd - onleesbaar. Dus grammatica is stap één en daarna zou je nog wat af moeten weten van leesbaarheid, opbouw van redeneringen en dergelijke. Een ander voordeel is dat je met grammaticataal en begrippen gemakkelijker kan praten óver de taal. Daarom is dat in het onderwijs ook zo belangrijk. Ik zelf vind het meest belangrijke van de grammaticales dat je leert analyseren. Wie kan analyseren is snel van begrip. Dit geldt vooral voor zinsontleding: de analyse van de betekenis van de zin. Analyseren heb je nodig bij het bespreekbaar maken en oplossen van problemen. Je leert om even los van de inhoud, te kijken HOE iets in elkaar zit. Dit leer je op school veel te weinig – maar weer wel bij grammatica. Ik vraag me trouwens af of je docent dat ook zo zou uitleggen.

Volgens ontwikkelingspsychologen, kunnen mensen zo pas vanaf hun 14e jaar logisch denken. Het analyseren van een zin, valt ook onder het logisch denken. Zo lees je vaak in forums: "Hij betaald het boek" (of iets dergelijks). Door de zin te analyseren, zie je dat 'hij' het onderwerp is, en betalen het werkwoord dat daarbij hoort. In dit geval is dit werkwoord vervoegd in de derde persoon enkelvoud. Je weet dan dat daarbij de regel stam+t hoort. Door zo te redeneren, kun je de juiste tekst schrijven: "Hij betaalt het boek." Zo'n d/t is geen spelfout, maar een systeemfout, omdat de schrijver het systeem niet begreep. Als kind wordt je deze regels wel aangeleerd, maar zonder dat je ze begrijpt. In het MBO moet er het begrip bij komen.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100