Waarom wordt er van iemand die in het onderwijs werkt gezegd: die "zit" in het onderwijs, terwijl de meeste leerkrachten voor de klas "staan"

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Ik vind dit een goede vraag. Maar het is ook een oeverloos onderwerp. Veel uitdrukkingen kennen een soort 'oorspronkelijke' betekenis. En ontzettend veel uitdrukkingen zijn min of meer toevallig ontstaan door locale gebruiken, grappen en vergissingen. Of door goedwillende mensen die vanalles beweren over de taal en die dan vormen naar eigen inzicht. En soms wordt dat gemeengoed. Misschien is er wel een historische verklaring voor het 'zitten' in de handel of een beroep. De uitdrukking 'voor de klas staan' is misschien interessanter. Een dominee 'staat' ook in een gemeente en en sommige functies kennen een standplaats. Ben benieuwd of er nog meer antwoorden op komen.

Dat is toeval. Je zegt toch ook die zit in de bouw, of die zit in de rechten of plak er maar de beroepsgroep achter dien je wilt.

Het is gewoon een gezegde, je zegt toch ook "hij zit in de zorg, de bouw of handel".

Omdat je in een bepaald vak zit. Dat heeft niets te maken met de letterlijke betekenis van zitten, noch met de houding waarin je dat vak uitoefent.

Ik trek pensioen en AOW. Krijg het "gestort" op mijn bankrekening.

Leuke vraag! Maar of je helemaal gelijk hebt? ;-) Er zitten mensen in het onderwijs, maar ook in de ICT, in de bouw, in de gezondheidszorg etc. Er "zitten" dus heel veel mensen voor hun werk ;-) Maar een onderwijzer staat toch echt voor de klas. Op een vraag "wat doe jij", is een antwoord "ik sta voor de klas" heel gebruikelijk. Het grappige is dat predikanten ook "staan" voor hun beroep. Zij staan in een plaats. "Dominee X stond in Hilversum, maar staat nu in Amsterdam".

De zegswijze "hij zit in dit-of-dat werkveld" is typisch Nederlands. bij gebrek aan creativiteit (?denk ik?), worden veel werkwoorden die een staat van zijn uitdrukken, vervoegd met behulp van het hulpwerkwoord 'zitten'; en werkwoorden die een beweging uitdrukken, met het hulpwerkwoord 'lopen'. In verschillende Romaanse talen, bijv. het Spaans, zijn er om dit verschil aan te geven bijv. verschillende werkwoorden die in het Nederlands als hetzelfde woord vertaald zouden worden. Zo kent "Zijn" in het Spaans twee vormen, "Estar" en "Ser" - de één drukt tijdelijkheid en activiteit uit, de ander vastigheid en constantheid. (De Hollandse 'doe-maar-normaal-dan-doe-je-al-gek-genoeg'-aanpak levert in het dagelijkse spreekverkeer pareltjes van taalkundige armoe op, zoals: "Kijk die kerel dan, die loopt de hele tijd te fietsen" of "Ja hoor, zit hij weer te liggen?!". Je moet het maar durven als volkje ;-S ). Het feit dat onderwijzers 'voor de klas staan' (net als staande dominees, liggende militairen en rijdende koeriers en vuilnismannen), heeft te maken met het feit dat juist die lichaamshouding/-beweging van oudsher typerend is voor de beroepsgroep (onderwijzer: staand voor het schoolboord; dominee: staand achter de kansel; militair: liggend in de loopgraven; enz.).

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100