waarom worden schuine oppervlakken eerder glad?

opritten, afritten, bruggen.... Ze worden veel sneller glad dan een recht stuk weg. Waarom?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Op- en afritten, bruggen en viaducten - ze vormen een bekende combinatie als het om gladheid gaat. Ze worden inderdaad al glad voordat de rest van de weg glad wordt. Bevriezen gebeurt door afkoeling. Afkoeling komt door het uitstralen van warmte naar de koude hemel. Een gewoon stuk weg straalt ook uit naar de koude hemel, maar die weg staat in contact met de nog relatief warme bodem. De weg zal dus wel afkoelen, maar tegelijk nog een beetje warm worden gehouden door de bodem. Een brug of viaduct straalt net zoals de weg uit naar de koude hemel. Die krijgt echter geen nieuwe warmte vanuit de bodem, want bruggen en viaducten staan niet in contact met de bodem. Daardoor koelen bruggen en viaducten sneller af dan de rest van de weg. Voor op- en afritten gelden een paar dingen die voor de gewone weg niet gelden. Ten eerste rijden er minder auto's. Dat geeft minder warmte. Ten tweede zijn veel op- en afritten gebogen. Gladheid valt dan dus veel eerder op, omdat je erdoor gaat slippen; op een snelweg valt een tikkeltje gladheid nog niet op, omdat je rechtdoor rijdt. Ten derde zijn veel op- en afritten "opener" dan de snelweg. Langs de snelweg kunnen bomen staan; de "kom" van de op- en afritten is vaak kaal. Langs de snelweg kunnen geluidsschermen staan; langs op- en afritten staan die verder van de weg af. Deze dingen leiden ertoe dat een stuk asfalt van een op- of afrit een groter stuk hemel "ziet" dan een stuk asfalt van de snelweg. Dat laatste stuk asfalt "ziet" veel meer bomen of geluidsschermen. Omdat afkoeling gebeurt door warmte uit te stralen naar de koude hemel, zullen dus de meest open plekken het snelste afkoelen. Dit laaste effect zie je ook duidelijk bij je auto. Staat er aan één kant van je auto een boom, dan zullen de ruiten aan die kant minder aanvriezen. Niet doordat de boom warmte afgeeft, maar doordat de ruiten aan die kant niet de koude hemel zien, maar de nog net niet zo ver afgekoelde boom. Dit verklaart ook waarom de voorruit sneller bevriest dan een zijruit: de voorruit "kijkt" meer naar de koude hemel dan een zijruit.

die zijn opzich niet sneller glad, als je de brug recht (horizontaal) zou leggen, zou die even glad zijn als ieder ander recht stuk (er van uit gaande dat het hetzelfde materiaal is). Het is gladder doordat jij waarneemt dat het schuin is, erop gaat staan, en minder weerstand hebt in vergelijking met een recht stuk omdat je een bepaalde richting op ''geduwd'' wordt.

De weg waar auto's op rijden heeft een bepaalde themperatuur en is overdag, heel vaak warmer dan de lucht boven het wegdek zelf. Als het onbewolkt is en koud, gaat deze weg afkoelen, aan de bovenkant gaat hij warmte verliezen terwijl het er onder nog steeds minder koud is. Een brug koelt natuurlijk ook af, maar er zit geen grond onder dat nog steeds minder koud is, dus wordt een brug sneller koud dan de weg zelf. Auto's geven ook warmte af en als er veel auto's rijden, kan dat net het verschil uitmaken tussen + 0 graden op de snelweg en - 0 graden op, op en af ritten, waar veel minder auto's rijden. Heel vaak zitten op en af ritten enigzinds tussen de bomen en struiken,dus in de luwte, waar het net iets meer kan afkoelen dan op de snelweg die meer open is.

Aanvulling op Cryofiel: van de schuine oppervlakken is relatief meer vuil weggespoeld dan op de rechte stukken. Als het schuine vlak ook nog sneller bevriest, voelt het nog gladder aan.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100