Wanneer spreken we van een roeping?

Dat het op verschillende vlakken past weet ik. Een verpleegster mag ook zeggen dat ze de roeping heeft om zieken te helpen.
In mijn vraag heb ik het vooral over geloof.
Ik weet wel dat een roeping een religieuze ervaring is. Dat je daardoor vb pastoor, non of missiewerker gaat worden.

Waarom zeggen we dat dan niet van iedereen die iets doet in naam van zijn geloof? Waarom is het zo dat we soms zeggen dat een mens een roeping heeft als hij doet wat het geloof vraagt.
Want soms plakken we er de naam terrorisme op als de mensen doen wat hun geloof vraagt.
En andere keren dan worden die mensen als niet toerekeningsvatbaar gezien. Ook al doen deze ook weer enkel wat hun geloof wil.

Gisteren stelde ik ook een vergelijkbare vraag, maar misschien waren mijn woorden iets te hard gekozen. Al was dat zeker niet de bedoeling.
De vraag is weggehaald, mensen die ze gezien hebben of erop een antwoord gegeven hebben, sorry.
Via deze vraag met minder harde taal zou de vraag toch wel in orde zijn.

Is er dus een grens tussen 'mag wel geloof' en 'mag niet geloof'?
En waar past die term roeping dan correct binnen?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Een roeping hoef niet per se religieus te zijn. Heel simpel zou je kunnen zeggen dat er sprake is van een roeping als iemand zich geroepen vóelt. Wat dat precies inhoudt, verschilt per persoon, maar het komt er een beetje op neer dat iemand iets doet niet primair omdat hij het leuk vindt om te doen of omdat hij er toevallig zo in gerold is, maar dat het is omdat hij (of zij) het idee heeft iets te móeten doen. Dat kan zijn vanuit een religieuze overtuiging, maar ook vanuit een plichtsbesef of vanuit een hele andere - bijvoorbeeld politieke - overtuiging. Als je bijvoorbeeld op straat langs een paar mensen loopt die kwaad spreken van iemand die jij goed kent, kan het zijn dat je je geroepen voelt om daar iets van te zeggen, maar het kan ook zijn dat dit niet het geval is. Als je je wél geroepen voelt, heb je het gevoel dat je dat móet doen, of dat opkomen voor die persoon in deze situatie juist is. Nog meer dan dat heb je het idee dat jíj dit moet doen, dus dat jij op dit moment voor een situatie staat waarin je niet zozeer wílt reageren, misschien ook niet eens echt zín hebt om dit te doen, maar dat er toch iets is dat jou ertoe dringt om in te grijpen. Daarmee wil ik niet zeggen dat het altijd zo is dat je tegen je zin in handelt als je je ergens toe geroepen voelt, maar het punt is dat je het niet primair doet omdat je het fijn vindt. Primair is dat je het idee hebt dat die actie de juiste is. Als je dat religieus inkleurt, dan betekent het dat iemand iets doet omdat hij ervan overtuigd is dat God (of een god of hogere macht) iets van hem vraagt. In dat geval voelt iemand zich geroepen door God. Terrorisme is iets verschrikkelijks, en dat is denk ik de voornaamste reden dat wij niet zeggen dat een terrorist een roeping heeft. Die terrorist heeft misschien wel het idee dat hij geroepen is om datgene te doen wat hij doet, maar in ons taalgebruik is een roeping eigenlijk altijd positief. Daarom zeggen we wel dat iemand zich geroepen voelt om te werken met kansarme jongeren, maar nooit dat iemand zich geroepen voelt om iemand op z'n bek te slaan, of dat iemand zich geroepen voelt tot racistische uitingen. 'Roeping' in de betekenis waar we nu over spreken, is subjectief. Daarom zeggen we ook dat iemand zich geroepen vóelt, en vrijwel nooit dat iemand geroepen ís. En die subjectiviteit is de reden dat wat voor de één een roeping is, voor de ander terreur is.