Wat hield het "loten werpen" in het Oude Testament precies in?

De bijbel spreekt verschillende keren over het "werpen van loten" in het Oude Testament. Dit staat op verschillende plaatsen in de bijbel zoals in Numeri 26:55 en met name in Jona 1:7 is toen men Jona uit het schip gooiden.

Tot dusver heb ik op het internet gevonden dat dit een kansspel was dat dus in het Nieuwe Testament door christenen niet meer als nodig werd geacht door de leiding van de Heilige Geest.

Wat hield dit kansspel echter precies in qua gebruik regels etc?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Het Bijbelse "lot werpen” was een plechtige religieuze handeling waarbij men God aanriep om Zijn beslissing in gevallen waarin het menselijk verstand te kort schoot. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het lot van voorspelling, het lot van raadpleging, en het lot van verdeling. Die komen alle drie in het Oude Testament voor. De urim en de tummim, de twee stenen in het borstschild van de hogepriester worden wel eens onder het lot van voorspelling begrepen. Het wer­pen van het lot was een serieuze zaak, en geen spel waar het volk Israël zich mee vermaakte. Het lot bepaalde bijvoorbeeld welke bok als reinigings- of verzoenoffer werd gebruikt. Jozua wierp het lot om te bepalen hoe het land onder de verschillende stammen verdeeld zou worden. Nehemia bepaalde aan de hand van het lot wie binnen de muren van Jeruzalem mocht wonen en wie niet. De apostelen wierpen loten om te bepalen wie de plaats van Judas in moest nemen. Het Hebreeuwse woord voor “lot” wordt in verband gebracht met het werkwoord rollen, wentelen. In Spreuken 16 vers 33 staat dat het lot in de schoot wordt geworpen. Daarbij kan je denken aan het schudden van de loten in het bovenste deel van het kleed. Het was geen gokken en werd niet als toeval beschouwd, want de Heere besliste.

Bronnen:
http://www.dehoop.org/18012/laat-uw-leven-...
http://www.refoweb.nl/vragenrubriek/6376/s...

„In de schoot wordt het lot neergeworpen,” zegt de koning van Israël, „maar elke beslissing daardoor is van Jehovah afkomstig” (Spreuken 16:33). In het oude Israël maakte Jehovah soms gebruik van loten om zijn wil kenbaar te maken. Loten waren kiezelstenen of stukjes hout of steen. Eerst werd er een beroep op Jehovah gedaan om een zaak te beslissen. Daarna werden de loten in de plooien van een gewaad geworpen en er vervolgens uit gehaald. Het resultaat werd aanvaard als van God afkomstig. Jehovah gebruikt geen loten meer om zijn volk te laten weten wat zijn bedoeling is. Hij heeft zijn wil onthuld in zijn Woord, de Bijbel. Nauwkeurige kennis van wat in de Bijbel staat, is van fundamenteel belang voor het verwerven van goddelijke wijsheid. Daarom moeten we geen dag voorbij laten gaan zonder in de geïnspireerde Schrift te lezen. — Psalm 1:1, 2; Mattheüs 4:4.

Bronnen:
http://wol.jw.org/nl/wol/d/r18/lp-o/200752...