"werken in het zweet uwer aanschijns"was een Bijbelse straf (Genesis); wanneer werd daar door wie een deugd van gemaakt?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

De theologische fundering van de protestantse werkethiek ligt in de vloek die God over Adam heeft uitgesproken nadat Adam en Eva gezondigd hadden en uit het paradijs werden verdreven. In de Statenvertaling is dit geformuleerd als "In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert" (Genesis 3:19a). Door protestantse predikanten werd echter niet alleen het strafkarakter beklemtoond, maar ook de goedheid en noodzaak van arbeid en het positieve effect dat dit voor mensen, en de christelijke samenleving in zijn geheel zou hebben. De protestantse werkethiek maakt deel uit van de oude Amerikaanse cultuur rond 1800, en wordt door sommige Amerikanen gezien als de basis voor de Amerikaanse welvaart. Wie en wanneer het precies was, blijft in het midden, maar In de wetenschappelijke publicatie genaamd Die protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus (1904-1905) legde Max Weber een verband tussen het Calvinisme en de opkomst van kapitalistische instituties. http://nl.wikipedia.org/wiki/Protestantse_werkethiek

Het lijkt mij zo dat het rond de industriele revolutie heeft moeten plaatsvinden. Men veroordeelt een vloek uit de bijbel, en het rechtvaardigt tot vanaf dan af aan om het gunstiger te maken en meer arbeiders te kunnen aantrekken. Door de industriële revolutie kreeg de burgerij opeens de overmacht, doordat fabriekseigenaren veel werkarbeiders nodig hadden. Hard werken moest een spontane ambitie worden en worden aangejuiched voor de arbeiders. Zodat de productiviteit hoog bleef. Daardoor zal de kerk, zich willen rechtvaardigen voor het uitgesproken deel, om zo de overvloed aan zondes van de aangenomen arbeiders te voorzien.

"In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert" komt uit Genesis 3 vers 19. Als straf voor het overtreden van Gods gebod moeten Adam en Eva voortaan werken voor de kost. De uitdrukking betekent 'zwoegend'. In de vroege Christelijke traditie werd erkend dat arbeid iemand niet alleen gezond kan houden, maar dat het mensen ook kan afhouden van zondige gedachten en gewoontes (‘ledigheid is des duivels oorkussen’) en een bijdrage kan leveren aan de deugd van gehoorzaamheid. “Wil iemand niet werken, dan zal hij ook niet eten” staat in 2 Thessalonicenzen 3 vers 10. Dat was de les die de apostel Paulus voorhield aan de eerste christenen, die in hun verwachting van de spoedige komst van Gods koninkrijk hun werk eraan gaven en gezamenlijk teerden op hun bezittingen. Pas sinds de reformatie en de opkomst van het protestantisme wordt aan arbeid een meer positieve betekenis gehecht in de Westerse cultuur. Volgens Maarten Luther (1483-1546) kan arbeid zelf een manier zijn om God te dienen: arbeid werd een ‘roeping’ die in het tegenwoordige consciëntieus en levenslang verricht moest worden om in het hiernamaals een goede kans te maken op de betere posities. Arbeid werd hierdoor tot een morele plicht verheven. Vooral bij Johannes Calvijn (1509-1564) krijgt de arbeid een nieuwe dynamiek. Hij vat arbeid op als het dienstbaar maken van de door God gegeven talenten in dienst van Gods koninkrijk. De enige aanvaardbare manier om de vrucht van met succes bekroonde arbeid te gebruiken was hulp aan de behoeftige naaste en uitbreiding van de eigen bedrijvigheid. Deze nieuwe arbeidsethos van het protestantisme fungeerde als belangrijke hefboom bij de opkomst van het moderne kapitalisme.

Bronnen:
http://www.sociosite.net/labor/arbeid/
http://www.statenvertaling.net/uitdrukkingen.html