Wat verstaan mensen die in de bijbel geloven onder "de ziel"? Is de ziel datgene wat het lichaam bestuurd, en na de dood naar de hemel gaat?

Wat is de reden dan van het verblijf in een lichaam van de ziel?

Toegevoegd na 33 minuten:
Tevens: wat is het dan dat naar de hemel gaat?

Weet jij het antwoord?

/2500

Een van de grootste onbijbelse leringen is dat de mens een onsterfelijke ziel heeft. (Lees even Ezechiël 18:4...Ziet! Alle zielen — mij behoren ze toe. Zoals de ziel van de vader zo eveneens de ziel van de zoon — mij behoren ze toe. De ziel die zondigt, díé zal sterven.) Wanneer je Genesis leest zie je dat zowel dieren als mensen levende zielen worden genoemd. Het Hebreeuwse woord in de H.Schrift 'nefesj', dat met „ziel” is vertaald, betekent „een schepsel dat ademt”of op het hele levende wezen. Als de ziel gescheiden wordt van de levenskracht die oorspronkelijk door God is gegeven, sterft ze . Toegevoegd na 9 minuten: Wel is er in de H.Schrift spraken van zowel een opstanding tot geestelijk leven als tot aards leven. Maar tussen de dood van iemand en een opstanding is een mens 'dood',en heeft men geen ziel meer. God Schept de mens een nieuw geestelijk lichaam ofwel een nieuw aards lichaam bij de opstanding.

Zoals God een Drie-eenheid is van Vader, Zoon en Heilige Geest, zo is de mens een drie-eenheid van ziel, geest en lichaam (zie 1Tess.5:23). Ter verduidelijking. Onze geest werd na zondeval gekoppeld aan ons geweten, goed en kwaad en na onze bekering aan de Heilige Geest, als ons onderpand Efeziërs 1:13-14 De ziel van de mens betreft onze wil, emoties en ons denken. Tijdens ons leven op aarde richt ons bewustzijn (onze ziel) zich voornamelijk op het aardse. Slechts voor een klein deel zijn we ons bewust van het geestelijke en dat alleen voor zover God dat aan ons openbaart. Bij het sterven geven we onze geest als het ware terug aan God. Denk maar aan de woorden van de Here Jezus bij zijn sterven: "... Vader, in Uw handen beveel Ik mijn geest." (Lucas 23:46) "... en de geest wederkeert tot God, die hem geschonken heeft." (Prediker 12:7) Bij het sterven wordt er een wissel omgezet, waardoor de onstoffelijke ziel de verbinding legt met de menselijke geest. Op aarde bestaan we als mensen uit lichaam, ziel en geest. Na het sterven van ons lichaam houden we dus onze ziel en geest over. Ons lichaam wordt weer compleet tijdens de eerste opstanding, wanneer de gelovige een opstandingslichaam als de Here Jezus zal ontvangen. Een hemel lichaam ldat niet onderworpen is aan de natuurwetten. De plaats in de hemel voor de gelovige lijkt slechts tijdelijk Gods bedoeling te zijn. Eens zal er een nieuwe hemel en aarde worden gemaakt.

Zij bedoelen eigenlijk alles wat je mist wanneer je dood bent. Als je dood bent, blijft je lichaam achter en de ziel gaat verder.... Dus ziel+lichaam is mens. Ziel is dus alle bewustzijn en alles wat leuk en minder leuk aan de mens. Ziel wordt ook wel de geest genoemd. Tegenwoordig weten we echter dat het de hersenen zijn die eigenlijk uitgeschakeld worden wanneer je sterf.

De gedachte aan een lichaam en een geest die samen de mens vormen, stamt eigenlijk uit het Grieks, en past niet in het OudTestamentische denken. Want, zoals ik het heb geleerd en begrepen, is de ziel het unieke kenmerkende onverbrekelijke verbonden deel met en van de mens. Ik geloof in God, en de Bijbel is een verzameling getuigenissen van mensen die ook in God geloven. Niet allemaal op dezelfde manier. Het past meer bij het Joodse Oudtestamentische denken om de ziel als een ""all in"" mens te zien. Ik weet niet wat ""mensen"" eronder verstaan, want dat moet je aan ieder mens apart verstaan. Zelf denk ik ""all in"". Wij zijn bij leven en sterven in Gods hand. Er is geen enkele energie die verloren gaat. (Zelfs Einstein zegt dat). Toegevoegd na 5 uur: .....dat moet je aan ieder mens apart vragen. Toegevoegd na 6 uur: De ziel, het is een overdrachtelijke benaming voor het unieke van ieder mens, dat wat ons onderscheidt van anderen. Maar is niet los, het is wat wij zijn.

Lichaam is stoffelijk, ziel is leven,(b.v.ademhaling,kloppend hart,zenuwreactie) geest is besturing van het levende lichaam. bij dood vergaat het lichaam tot stof en keert het leven terug naar de schepper. de geest echter heeft de keus. zij heeft (wat lichaam en ziel niet hebben)informatie van buiten nodig om op de aarde te leven. deze informatie krijg je van anderen,je ouders, leraars,boe ken enz. tevens heb je de rede in je d.w.z.emoties,waarneming door zien horen ruiken proeven voelen.door interpretatie hiervan krijg je hiervan gevoelens van liefde,haat,blijheid,veront waardiging, velangen,afschuw,enz.. conclusie: lichaam keert terug tot aarde. ziel(leven) keert terug tot God geest(jij) kunt kiezen, voor of tegen de schepper en zijn beloften, of voor de wereldse geneugten. kort:leven of dood. Toegevoegd na 24 minuten: je bent onderdeel van de schepping hierin had jij geen enkele keus. niet in het man of vrouw zijn,blank of bruin,rijk of arm, invalide of valide,je vader en moeder,tijd en plaats,enz... er zijn keuzes van minder, maar ook van levensbelang, ook al ben je op de slippen van je ouders het christendom binnen gerold maak een eigen keus.

Over het algemeen komen de betekenissen die gewoonlijk aan het woord „ziel” worden toegeschreven, in de eerste plaats uit de klassieke Griekse filosofie. Ze zegt dat de psu′che (ziel) onstoffelijk, ontastbaar, onzichtbaar en onsterfelijk is. De bijbel zegt echter dat met zowel psu′che als ne′fesj, op aardse schepselen toegepast, iets stoffelijks, tastbaars, zichtbaars en sterfelijks wordt bedoeld. De New Catholic Encyclopedia zegt: „Nepes [ne′fesj] betekent leven (Ex 21.23; Dt 19.21) en de verschillende essentiële manifestaties ervan: ademen (Gn 35.18; Jb 41.13 [21]), bloed [Gn 9.4; Dt 12.23; Ps 140(141).8], begeerte (2 Sm 3.21; Spr 23.2). Het betekent niet een deel van de mens, maar de hele mens — de mens als een levend wezen. Er worden dan ook normale fysieke functies of kenmerken van vleselijke schepselen aan toegeschreven. Van ne′fesj (ziel) wordt gezegd dat ze vlees, vet, bloed of soortgelijke stoffelijke dingen eet (Le 7:18, 20, 25, 27; 17:10, 12, 15; De 23:24), honger heeft of hevig verlangt naar voedsel en drank (De 12:15, 20, 21; Ps 107:9; Sp 19:15; 27:7; Jes 29:8; 32:6; Mi 7:1), vet gemaakt wordt (Sp 11:25), vast (Ps 35:13), iets onreins zoals een dood lichaam aanraakt (Le 5:2; 7:21; 17:15; 22:6; Nu 19:13), ’tot pand genomen’ of ’ontvoerd’ wordt (De 24:6, 7), werk verricht (Le 23:30), met koud water wordt verfrist als ze vermoeid is (Sp 25:25), gekocht wordt (Le 22:11; Ez 27:13), als een gelofteoffer wordt aangeboden (Le 27:2), in ijzers wordt geslagen (Ps 105:18), slapeloos is (Ps 119:28) en naar adem snakt (Jer 15:9). De „geest” (Hebr.: roe′ach; Gr.: pneu′ma) dient niet verward te worden met de „ziel” (Hebr.: ne′fesj; Gr.: psu′che). De ziel (ne′fesj; psu′che) is het schepsel zelf. Met de geest (roe′ach; pneu′ma) wordt de levenskracht van het levende schepsel of de levende ziel bedoeld. Het onderscheid tussen de Griekse woorden psu′che en pneu′ma wordt verduidelijkt door wat de apostel Paulus in zijn eerste brief aan de Korinthiërs verklaart over de opstanding van christenen tot geestelijk leven. Hierin stelt hij „dat wat fysiek [psu′chi‧kon; lett.: ziellijk] is” tegenover „dat wat geestelijk [pneu‧ma′ti‧kon] is”. Aldus geeft hij te kennen dat gezalfde christenen die naar de hemel gaan tot aan hun dood een „ziellijk” lichaam hebben, net als de eerste mens Adam, terwijl zij bij hun opstanding een geestelijk lichaam zoals dat van de verheerlijkte Jezus Christus ontvangen (1Kor 15:42-49).