Waarom staat in de Bijbel van de jehova getuigen 'het woord was een god', maar niet 'het woord was bij een god?'

In de Nieuwe Wereldvertaling (de Bijbelvertaling van jehova's getuigen) wordt johannes1:1 zo vertaald: "In [het] begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was een god."

Mijn vraag is: Waarom wordt 'een' wel toegevoegd bij 'het woord was een god', maar niet bij 'en het Woord was bij God'?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Oorspronkelijke Griekse tekst: waaruit de NWV is vertaald : 1 En arche en ho logos kai ho logos en pros ton theon kai theos en ho logos Letterlijk staat hier: ''In het begin was het Woord, en het Woord was bij de god en god was het Woord'' Merk op: de eerste keer staat er voor god ''de'', de tweede maal niet. Dit staat er dus niet: ''In het begin was het Woord, en het Woord was bij de god en het Woord was de god'' (of: en de god was het woord, maar in het Nederlands maakt de volgorde niet uit) Dit gedeelte wordt echter ook wel vertaald als : 1 In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was een god. (NWV) De eerste vertalingen doen voorkomen alsof het Woord identiek was met de Almachtige God, terwijl de laatstgenoemde te kennen geeft dat het Woord niet de God, de Almachtige God is, maar een machtige, een god. Het is overigens interessant dat vertalers die pertinent vasthouden aan de weergave "Het Woord was God’" in Johannes 1:1,niet aarzelen om het onbepaalde lidwoord (een) te gebruiken in hun vertaling van andere passages waar een aan het werkwoord voorafgaand enkelvoudig predikaatsnomen zonder lidwoord voorkomt Joh 1:1! Zo noemen in Johannes 6:70 de meeste vertalingen Judas Iskáriot "een duiveL", en wordt in Johannes 9:17 Jezus aangeduid als "een profeet". Dus vertalers die dezelfde grammaticale constructie elders in de bijbel wel vertalen zoals de NWV het doet in Joh 1:1 dienen op die manier een ''motie van wantrouwen'' tegen zichzelf in mbt Joh 1:1. zou men kunnen zeggen. Een vertaling kan juist vertaald zijn vanuit een " bepaalde grondtekst" , maar toch soms opmerkelijk verschillen met een andere vertaling, omdat deze uit een "andere grontekst " is vertaald. Beide partijen dienen het eens te zijn met welke grondtekst voor hen aanvaarbaar is vooraleer men het waarschijnlijk eens kan worden in zulke passages. Y-H-W-H de Vader(God), is Jezus volgens sommigen, dus de vader is de zoon volgens deze redenering. Het Woord Jezus is bij de Vader terwijl hij zelf de Vader is . De vertalingen die "een god" of "een goddelijk wezen " of het woord was goddelijk weergeven lijkt mij aanvaardbaarder zonder ellenlange discussies te voeren over welke grontekst de meest aanvaarbaarst zou zijn

Bronnen:
http://www.biblija.net/biblija.cgi?m=Johan...

Een god zou in dit geval inhouden dat er meerder goden zijn. "Het woord was bij een god"kan niet Dat zou inhouden dat er ook andere goden zijn waar het woord dan niet bij is.

Volgens mij wordt in "en het Woord was een god" aleen aangegeven hoe groot de macht van het woord is, namelijk godgelijk.

„In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God [Grieks: ton theon], en het Woord was God [theos].” Dit vers bevat twee vormen van het Griekse zelfstandig naamwoord theos (god). Het eerste wordt voorafgegaan door ton (de), een vorm van het Griekse bepalend lidwoord, en in dit geval duidt het woord theon op de almachtige God. Maar in het tweede geval heeft theos geen bepalend lidwoord. Werd het lidwoord ten onrechte weggelaten? Het evangelie van Johannes werd geschreven in de Koinè oftewel het algemene Grieks, dat specifieke regels heeft voor het gebruik van het bepalend lidwoord. De Bijbelgeleerde A.T. Robertson erkent dat als zowel het onderwerp als het gezegde een lidwoord heeft, „ze allebei bepaald zijn en behandeld worden als identiek, één en hetzelfde en onderling verwisselbaar”. Robertson noemt als voorbeeld Mattheüs 13:38, waar staat: „Het veld [Grieks: ho agros] is de wereld [Grieks: ho kosmos].” Aan de hand van de grammatica begrijpen we dat de wereld ook het veld is. Maar als het onderwerp nu een bepalend lidwoord heeft en het gezegde niet, zoals in Johannes 1:1? De geleerde James Allen Hewett citeert dit vers als voorbeeld en benadrukt: „In zo’n constructie zijn het onderwerp en het gezegde niet hetzelfde, gelijk, identiek of iets dergelijks.” Veel Bijbelvertalers en kenners van het oude Grieks erkennen dat Johannes 1:1 niet de identiteit, maar een kenmerk van „het Woord” benadrukt. William Barclay, een Bijbelvertaler, zegt: „Omdat [de apostel Johannes] vóór theos geen bepalend lidwoord gebruikt, wordt het woord een omschrijving (...) Johannes zegt hier niet dat het Woord identiek is met God. Om het simpel te stellen, hij zegt niet dat Jezus God was.” Ook Jason David BeDuhn, hoofddocent theologie aan de Universiteit van Noord-Arizona (VS), zegt: „Als je in het Grieks het lidwoord bij theos weglaat in een zin zoals die in Johannes 1:1c, zullen je lezers ervan uitgaan dat je ’een god’ bedoelt. (...) Door het ontbreken van een lidwoord betekent theos iets heel anders dan het welomlijnde ho theos, net zoals ’een god’ heel iets anders is dan ’God’.” BeDuhn voegt eraan toe: „In Johannes 1:1 is het Woord niet de ene en enige God, maar een god of goddelijk wezen.” Of zoals Joseph Henry Thayer, een Bijbelgeleerde die aan de American Standard Version heeft gewerkt, het onder woorden bracht: „De Logos [of het Woord] was goddelijk, niet het goddelijk Wezen zelf.”